KC04/22-0127
Non fondée
Irrecevable
KC - Beveren
Commission des plaintes
Mesure provisoire
Disciplinaire
Pas de décision du directeur
GEEN BESLISSING DIRECTEUR - BEVOEGDHEID - TUCHT - VOORLOPIGE MAATREGEL - MOTIVERING
De klachtencommissie stelt vast dat de klacht vooreerst handelt over een ‘BAM’-personeelslid enerzijds en een penitentiaire beambte anderzijds. Dit is geen beslissing van de directeur. Deze klacht is bijgevolg niet-ontvankelijk.
Daarnaast is de klacht gericht tegen een tuchtbeslissing. Er is evenwel geen tuchtbeslissing genomen op de datum van de klacht, maar slechts op een later moment. De klachtencommissie kan zich niet bevoegd verklaren voor een tuchtbeslissing die nog niet bestond op het moment van de klacht. Deze klacht is bijgevolg niet-ontvankelijk.
Tot slot is de klacht gericht tegen een voorlopige maatregel. De voorlopige maatregel is op meerdere punten gebrekkig. Ten eerste is de voorlopige maatregel bijzonder onduidelijk. Zo werd er aangekruist dat er zowel sprake is van een ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid als van een gevaar voor de orde en de veiligheid. Daarnaast blijkt niet welke modaliteit er opgelegd werd. Bovendien is de voorlopige maatregel niet afdoende gemotiveerd: door louter te verwijzen naar een bijlage van het RAD blijkt niet waarom er sprake zou zijn van een geval van ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid/een gevaar voor de orde en de veiligheid. De klachtencommissie stelt vast dat de directie de beslissing van de voorlopige maatregel pas daags nadien heeft opgesteld, waardoor dit in feite neerkomt op een beslissing van een personeelslid zelf. Op het moment dat de voorlopige maatregel ingaat moet er echter wel degelijk een beslissing zijn van de directie, hetgeen niet het geval is. De voorlopige maatregel is niet wettelijk genomen en moet vernietigd worden. De klacht tegen de voorlopige maatregel is gegrond.
De klachtencommissie stelt vast dat de klacht vooreerst handelt over een ‘BAM’-personeelslid enerzijds en een penitentiaire beambte anderzijds. Dit is geen beslissing van de directeur. Deze klacht is bijgevolg niet-ontvankelijk.
Daarnaast is de klacht gericht tegen een tuchtbeslissing. Er is evenwel geen tuchtbeslissing genomen op de datum van de klacht, maar slechts op een later moment. De klachtencommissie kan zich niet bevoegd verklaren voor een tuchtbeslissing die nog niet bestond op het moment van de klacht. Deze klacht is bijgevolg niet-ontvankelijk.
Tot slot is de klacht gericht tegen een voorlopige maatregel. De voorlopige maatregel is op meerdere punten gebrekkig. Ten eerste is de voorlopige maatregel bijzonder onduidelijk. Zo werd er aangekruist dat er zowel sprake is van een ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid als van een gevaar voor de orde en de veiligheid. Daarnaast blijkt niet welke modaliteit er opgelegd werd. Bovendien is de voorlopige maatregel niet afdoende gemotiveerd: door louter te verwijzen naar een bijlage van het RAD blijkt niet waarom er sprake zou zijn van een geval van ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid/een gevaar voor de orde en de veiligheid. De klachtencommissie stelt vast dat de directie de beslissing van de voorlopige maatregel pas daags nadien heeft opgesteld, waardoor dit in feite neerkomt op een beslissing van een personeelslid zelf. Op het moment dat de voorlopige maatregel ingaat moet er echter wel degelijk een beslissing zijn van de directie, hetgeen niet het geval is. De voorlopige maatregel is niet wettelijk genomen en moet vernietigd worden. De klacht tegen de voorlopige maatregel is gegrond.