KC04/22-0126
Non fondée
Fondée
KC - Beveren
Commission des plaintes
Disciplinaire
Mesure d'ordre
TUCHT - CAMERABEELDEN - ORDEMAATREGEL - ARBEID - ONTSLAG - CELMUTATIE - MOTIVERING
Het RAD is gebaseerd op de vaststellingen van de dienstdoende PBA. Een andere PBA wordt vermeld als getuige van de feiten. Het rapport is duidelijk. Het personeelslid dat het rapport heeft opgesteld, vermeldt geen twijfel in het rapport. Klager ontkent het bezit en de handel, het gebruik van wiet geeft hij wel toe. Op de tuchtrechtelijke hoorzitting is de directie overgegaan tot het bekijken van de camerabeelden van de wandeling. Uit de camerabeelden blijkt niet dat klager iets zou doorgegeven of verhandeld hebben. Er is echter geen reden om te twijfelen aan de waarachtigheid van de vaststellingen in het RAD die door de beambte gedaan werden op de wandeling zelf (en niet op basis van de camerabeelden). Bovendien, zelfs indien de klachtencommissie aan klager het voordeel van de twijfel zou toekennen voor wat betreft de handel in verboden substanties, staat het bezit van verboden substanties onomstotelijk vast. Voorafgaand aan het gebruik op wandeling, was er daadwerkelijk – hoe kort ook – een bezit in hoofde van klager. De klachtencommissie besluit dan ook dat de tuchtinbreuk bewezen is en dat deze correct werd gekwalificeerd in de tuchtbeslissing. De beslissing om 10 dagen ATV op te leggen is wettelijk, billijk en redelijk. De klacht tegen de tuchtbeslissing is ongegrond.
Een gedetineerde heeft het recht om deel te nemen aan de in de gevangenis beschikbare arbeid. De directeur staat in voor de toewijzing van arbeid aan gedetineerden die om arbeid verzocht hebben. Het toewijzen van arbeid is dus een discretionaire en geen gebonden bevoegdheden van de directeur. Klager werd schriftelijk op de hoogte gebracht dat er een ordemaatregel werd genomen ten aanzien van hem en meer bepaald dat zijn tewerkstelling stopgezet werd. De beslissing wordt gemotiveerd door te verwijzen naar het RAD en het druggebruik van klager. De schriftelijke motivering laat aan klager toe de redenen te begrijpen van de stopzetting van zijn tewerkstelling. De klachtencommissie acht (de totstandkoming van) het ontslag dan ook niet onwettig, onredelijk of onbillijk. De klacht tegen de ordemaatregel tot afzetting van werk is ongegrond.
De klachtencommissie is van mening dat het verlies van tewerkstelling en een mutatie naar het gesloten regime in principe niet automatisch met elkaar verbonden hoeven te zijn. Een ordemaatregel tot regimemutatie is een beslissing die genomen wordt in het kader van de Basiswet. Zulke beslissing moet gemotiveerd worden : de directie moet de juridische en feitelijke overwegingen opnemen die aan de beslissing ten grondslag liggen en dat op afdoende wijze . Uit de motivering van de ordemaatregel blijkt niet waarom de regimemutatie opgelegd werd. De beslissing is niet gemotiveerd. De klacht tegen de ordemaatregel tot regimemutatie is ongegrond en moet vernietigd worden.
Het RAD is gebaseerd op de vaststellingen van de dienstdoende PBA. Een andere PBA wordt vermeld als getuige van de feiten. Het rapport is duidelijk. Het personeelslid dat het rapport heeft opgesteld, vermeldt geen twijfel in het rapport. Klager ontkent het bezit en de handel, het gebruik van wiet geeft hij wel toe. Op de tuchtrechtelijke hoorzitting is de directie overgegaan tot het bekijken van de camerabeelden van de wandeling. Uit de camerabeelden blijkt niet dat klager iets zou doorgegeven of verhandeld hebben. Er is echter geen reden om te twijfelen aan de waarachtigheid van de vaststellingen in het RAD die door de beambte gedaan werden op de wandeling zelf (en niet op basis van de camerabeelden). Bovendien, zelfs indien de klachtencommissie aan klager het voordeel van de twijfel zou toekennen voor wat betreft de handel in verboden substanties, staat het bezit van verboden substanties onomstotelijk vast. Voorafgaand aan het gebruik op wandeling, was er daadwerkelijk – hoe kort ook – een bezit in hoofde van klager. De klachtencommissie besluit dan ook dat de tuchtinbreuk bewezen is en dat deze correct werd gekwalificeerd in de tuchtbeslissing. De beslissing om 10 dagen ATV op te leggen is wettelijk, billijk en redelijk. De klacht tegen de tuchtbeslissing is ongegrond.
Een gedetineerde heeft het recht om deel te nemen aan de in de gevangenis beschikbare arbeid. De directeur staat in voor de toewijzing van arbeid aan gedetineerden die om arbeid verzocht hebben. Het toewijzen van arbeid is dus een discretionaire en geen gebonden bevoegdheden van de directeur. Klager werd schriftelijk op de hoogte gebracht dat er een ordemaatregel werd genomen ten aanzien van hem en meer bepaald dat zijn tewerkstelling stopgezet werd. De beslissing wordt gemotiveerd door te verwijzen naar het RAD en het druggebruik van klager. De schriftelijke motivering laat aan klager toe de redenen te begrijpen van de stopzetting van zijn tewerkstelling. De klachtencommissie acht (de totstandkoming van) het ontslag dan ook niet onwettig, onredelijk of onbillijk. De klacht tegen de ordemaatregel tot afzetting van werk is ongegrond.
De klachtencommissie is van mening dat het verlies van tewerkstelling en een mutatie naar het gesloten regime in principe niet automatisch met elkaar verbonden hoeven te zijn. Een ordemaatregel tot regimemutatie is een beslissing die genomen wordt in het kader van de Basiswet. Zulke beslissing moet gemotiveerd worden : de directie moet de juridische en feitelijke overwegingen opnemen die aan de beslissing ten grondslag liggen en dat op afdoende wijze . Uit de motivering van de ordemaatregel blijkt niet waarom de regimemutatie opgelegd werd. De beslissing is niet gemotiveerd. De klacht tegen de ordemaatregel tot regimemutatie is ongegrond en moet vernietigd worden.