Ga verder naar de inhoud

KC04/22-0092

Fondée KC - Beveren Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT - BEWIJS - ZORGVULDIGHEIDSPLICHT

De directeur beschikt als tuchtrechtelijke overheid over een discretionaire bevoegdheid bij het beoordelen van het al dan niet bewezen zijn van de ten laste gelegde feiten. Vaststellingen van personeelsleden, zoals rapporten aan de directeur, spelen hierbij een belangrijke rol. Een directeur mag in de motivering van zijn beslissing verwijzen naar een voldoende duidelijk RAD en op basis daarvan een tuchtsanctie opleggen.

Het RAD is in casu enkel opgemaakt op vraag van en met gezegden van een extern personeelslid. De PBA die het RAD heeft geschreven heeft de feiten niet vastgesteld, noch was een andere PBA ervan getuige. Klager betwist de inhoud van het rapport.

De klachtencommissie meent dat dat de directeur bijkomende onderzoekshandelingen had moeten stellen (zoals het bekijken van camerabeelden of het horen van getuigen). Er is geen voldoende zorgvuldig onderzoek uitgevoerd en de feiten zoals beschreven in het RAD konden niet bewezen worden verklaard.

De klacht is gegrond en de tuchtbeslissing moet vernietigd worden.