KC04/22-0079
Non fondée
KC - Beveren
Commission des plaintes
Mesure provisoire
Disciplinaire
Mesure d'ordre
TUCHT - VOORLOPIGE MAATREGEL - ORDEMAATREGEL - ONTSLAG - MUTATIE REGIME
In het geval van ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid kan de directeur beslissen om o.a. de volgende VM op te leggen: de onderbrenging in een beveiligde cel, zonder voorwerpen waarvan het gebruik gevaarlijk kan zijn, hetgeen in dit geval gebeurd is. De voorlopige maatregel is gemotiveerd, genomen door de directie en aan klager ter kennis gebracht. Gelet op de vaststellingen van de PBA, kon de directie beslissen dat er sprake was van een ernstige aantasting van de interne veiligheid (meer bepaald de veiligheid van klager zelf). Hierdoor was de beslissing tot voorlopige maatregel, die overigens van korte duur was (tot de volgende ochtend), verantwoord. De voorlopige maatregel is wettelijk, redelijk en billijk. De klacht tegen de voorlopige maatregel is ongegrond.
De directeur heeft zich voor het bewijs en de kwalificatie van de in het RAD ten laste gelegde feiten, gebaseerd op de vaststellingen van de dienstdoende PBA. Een andere PBA is getuige van de feiten. Het rapport is duidelijk. Klager benoemt geen overtuigende tegenindicaties. De klachtencommissie stelt vast dat klager de feiten ontkent, maar dat de verklaring van klager op de tuchtrechtelijke hoorzitting inconsistenties vertoont met de verklaring van klager op de zitting van de klachtencommissie. De directie kon zich in dit geval baseren op het rapport om de tuchtinbreuk te beoordelen. De klacht tegen de tuchtbeslissing is ongegrond.
Klager wordt afgezet van zijn functie als ateliermedewerker en hij moet muteren naar het gesloten regime, als gevolg van de tuchtinbreuk.
De klachtencommissie acht (de totstandkoming van) het ontslag niet onwettig, onredelijk of onbillijk.
Uit de motivering van de maatregel blijkt dat de beslissing tot mutatie van het regime is genomen om de orde en veiligheid in het open regime te bewaren. De klachtencommissie ziet geen reden om het redelijk karakter van de beslissing in vraag te stellen.
De klacht tegen de ordemaatregel is ongegrond.
In het geval van ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid kan de directeur beslissen om o.a. de volgende VM op te leggen: de onderbrenging in een beveiligde cel, zonder voorwerpen waarvan het gebruik gevaarlijk kan zijn, hetgeen in dit geval gebeurd is. De voorlopige maatregel is gemotiveerd, genomen door de directie en aan klager ter kennis gebracht. Gelet op de vaststellingen van de PBA, kon de directie beslissen dat er sprake was van een ernstige aantasting van de interne veiligheid (meer bepaald de veiligheid van klager zelf). Hierdoor was de beslissing tot voorlopige maatregel, die overigens van korte duur was (tot de volgende ochtend), verantwoord. De voorlopige maatregel is wettelijk, redelijk en billijk. De klacht tegen de voorlopige maatregel is ongegrond.
De directeur heeft zich voor het bewijs en de kwalificatie van de in het RAD ten laste gelegde feiten, gebaseerd op de vaststellingen van de dienstdoende PBA. Een andere PBA is getuige van de feiten. Het rapport is duidelijk. Klager benoemt geen overtuigende tegenindicaties. De klachtencommissie stelt vast dat klager de feiten ontkent, maar dat de verklaring van klager op de tuchtrechtelijke hoorzitting inconsistenties vertoont met de verklaring van klager op de zitting van de klachtencommissie. De directie kon zich in dit geval baseren op het rapport om de tuchtinbreuk te beoordelen. De klacht tegen de tuchtbeslissing is ongegrond.
Klager wordt afgezet van zijn functie als ateliermedewerker en hij moet muteren naar het gesloten regime, als gevolg van de tuchtinbreuk.
De klachtencommissie acht (de totstandkoming van) het ontslag niet onwettig, onredelijk of onbillijk.
Uit de motivering van de maatregel blijkt dat de beslissing tot mutatie van het regime is genomen om de orde en veiligheid in het open regime te bewaren. De klachtencommissie ziet geen reden om het redelijk karakter van de beslissing in vraag te stellen.
De klacht tegen de ordemaatregel is ongegrond.