TUCHT - MOTIVERING - HERKWALIFICATIE
Klager kreeg bij tuchtbeslissing van 14 april 2022 een tuchtsanctie van 10 dagen ATV voor de opzettelijke aantasting van de psychische en fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee (art. 129, 1° van de Basiswet), de opzettelijke aantasting van de orde (art. 129, 5° van de Basiswet), het niet naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen (art. 130, 2° van de Basiswet) en het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel (art. 130, 3° van de Basiswet).
Uit het RAD blijkt niet waarom de kwalificaties m.b.t. de aantasting van de psychische en fysieke integriteit van de personeelsleden weerhouden werden, evenmin voor wat betreft de opzettelijke aantasting van de orde. De voornoemde kwalificaties zijn het gevolg van de context die op dat moment heerste, namelijk de grote groep die zich verzameld had en de gevolgen daarvan. Klager draagt niet de verantwoordelijkheid voor het ontstaan van de groep. Deze kwalificaties zijn niet bewezen.
De kwalificatie m.b.t. het niet-naleven van het Huishoudelijk Reglement kan evenmin weerhouden worden. De bepaling waarnaar de directie verwijst is een algemene bepaling die in feite artikel 106 van de Basiswet ((titel VI – Orde, veiligheid en gebruik van dwang, Hoofdstuk II - Algemene gedragsvoorschriften) herneemt. Deze bepaling kan niet als grondslag dienen om als een soort ‘vangnetbepaling’ om het even welk gedrag, dat niet kan ondergebracht worden onder een van de andere tuchtinbreuken zoals limitatief opgesomd in de wet als tuchtinbreuk aan te merken.
Het is wel aangetoond dat klager geen gevolg heeft gegeven aan de aanmaningen en bevelen van het personeel. Klager weigerde naar zijn cel te gaan. De motivering van de tuchtbeslissing voldoet voor deze inbreuken aan de vereisten van artikel 8 van de Basiswet. Bovendien vindt de Klachtencommissie de opgelegde sanctie van 10 dagen ATV redelijk.
Bijkomend vernam de Klachtencommissie ter zitting dat na het eindigen van de ATV klager onderaan is geplaatst op de reservelijst van de sportactiviteiten. De directie betwist dit niet. Het onderaan plaatsen van klager op de lijst van de sportactiviteiten, indien dat inderdaad het geval is, is een bijkomende sanctie. De Basiswet bepaalt dat een gedetineerde tuchtrechtelijk niet gestraft mag worden voor andere inbreuken en met andere sancties dan die welke omschreven worden door deze wet. Klager moet zijn oorspronkelijke plaats op de lijst voor de sportactiviteiten terug bekomen na afloop van de sanctie, zodat hij niet bijkomend wordt gestraft.
De klacht is gedeeltelijk gegrond. De uitspraak van de Klachtencommissie treedt in de plaats van de vernietigde beslissing.
Klager kreeg bij tuchtbeslissing van 14 april 2022 een tuchtsanctie van 10 dagen ATV voor de opzettelijke aantasting van de psychische en fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee (art. 129, 1° van de Basiswet), de opzettelijke aantasting van de orde (art. 129, 5° van de Basiswet), het niet naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen (art. 130, 2° van de Basiswet) en het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel (art. 130, 3° van de Basiswet).
Uit het RAD blijkt niet waarom de kwalificaties m.b.t. de aantasting van de psychische en fysieke integriteit van de personeelsleden weerhouden werden, evenmin voor wat betreft de opzettelijke aantasting van de orde. De voornoemde kwalificaties zijn het gevolg van de context die op dat moment heerste, namelijk de grote groep die zich verzameld had en de gevolgen daarvan. Klager draagt niet de verantwoordelijkheid voor het ontstaan van de groep. Deze kwalificaties zijn niet bewezen.
De kwalificatie m.b.t. het niet-naleven van het Huishoudelijk Reglement kan evenmin weerhouden worden. De bepaling waarnaar de directie verwijst is een algemene bepaling die in feite artikel 106 van de Basiswet ((titel VI – Orde, veiligheid en gebruik van dwang, Hoofdstuk II - Algemene gedragsvoorschriften) herneemt. Deze bepaling kan niet als grondslag dienen om als een soort ‘vangnetbepaling’ om het even welk gedrag, dat niet kan ondergebracht worden onder een van de andere tuchtinbreuken zoals limitatief opgesomd in de wet als tuchtinbreuk aan te merken.
Het is wel aangetoond dat klager geen gevolg heeft gegeven aan de aanmaningen en bevelen van het personeel. Klager weigerde naar zijn cel te gaan. De motivering van de tuchtbeslissing voldoet voor deze inbreuken aan de vereisten van artikel 8 van de Basiswet. Bovendien vindt de Klachtencommissie de opgelegde sanctie van 10 dagen ATV redelijk.
Bijkomend vernam de Klachtencommissie ter zitting dat na het eindigen van de ATV klager onderaan is geplaatst op de reservelijst van de sportactiviteiten. De directie betwist dit niet. Het onderaan plaatsen van klager op de lijst van de sportactiviteiten, indien dat inderdaad het geval is, is een bijkomende sanctie. De Basiswet bepaalt dat een gedetineerde tuchtrechtelijk niet gestraft mag worden voor andere inbreuken en met andere sancties dan die welke omschreven worden door deze wet. Klager moet zijn oorspronkelijke plaats op de lijst voor de sportactiviteiten terug bekomen na afloop van de sanctie, zodat hij niet bijkomend wordt gestraft.
De klacht is gedeeltelijk gegrond. De uitspraak van de Klachtencommissie treedt in de plaats van de vernietigde beslissing.