KC04/21-0128
Non fondée
KC - Beveren
Commission des plaintes
Mesure provisoire
Disciplinaire
VOORLOPIGE MAATREGEL - TUCHT
De voorlopige maatregel verwijst in de motivering naar het rapport. Het rapport beschrijft het gedrag van klager op de wandeling. Het rapport is opgesteld en ondertekend door de ploegchef en eindigt als volgt: “Naar aanleiding van dit gedrag hebben we [klager] geplaatst in de veiligheidscel A1”. Hieruit kan worden afgeleid dat de ploegchef de oorspronkelijke beslissing heeft genomen tot plaatsing op een veiligheidscel. In principe kan uitsluitend de directeur een voorlopige maatregel nemen. Indien echter de situatie van gevaar geen enkel uitstel duldt, kunnen ook andere personeelsleden van de gevangenis deze beslissing nemen, mits onmiddellijke kennisgeving ervan aan de directeur, die dan een beslissing neemt. Indien de directeur die besloten heeft tot het opleggen van een voorlopige maatregel niet in de inrichting aanwezig is, vult het personeelslid dat contact heeft gehad met de directeur in zijn naam de voorlopige maatregel in en tekent in zijn naam, met toevoeging van de vermelding “voor de directeur (naam van de directeur), afwezig tijdens de handtekening” en de vermelding van zijn identiteit en hoedanigheid. De Klachtencommissie stelt vast dat de beslissing van de voorlopige maatregel pas de dag nadien is ondertekend door de directie zelf, ondanks de mogelijkheid om de beslissing reeds eerder op te stellen op de hierboven uiteengezette manier. Gelet op de inhoud van het rapport kon de directie de voorlopige maatregel nemen. De voorlopige maatregel is wettelijk, redelijk en billijk. De Klachtencommissie kan niet nagaan op welke wijze de plaatsing in de veiligheidscel is gebeurd, maar wijst er op dat medische klachten van gedetineerden goed opgevolgd moeten worden. De klacht tegen de voorlopige maatregel is ongegrond.
De klacht is eveneens gericht tegen de tuchtbeslissing van 7 dagen ATV omwille van de opzettelijke aantasting van de orde. De directie baseert zich voor de tuchtinbreuk op een rapport. Het rapport is duidelijk. Klager benoemt geen overtuigende tegenindicaties, maar legt uit waarom hij bepaalde acties heeft gesteld. De directie kon het gedrag van klager zoals beschreven in het rapport kwalificeren als een tuchtinbreuk van het verstoren van de orde. De directie motiveert dit correct in de tuchtbeslissing. De klacht tegen de tuchtbeslissing is ongegrond.
De voorlopige maatregel verwijst in de motivering naar het rapport. Het rapport beschrijft het gedrag van klager op de wandeling. Het rapport is opgesteld en ondertekend door de ploegchef en eindigt als volgt: “Naar aanleiding van dit gedrag hebben we [klager] geplaatst in de veiligheidscel A1”. Hieruit kan worden afgeleid dat de ploegchef de oorspronkelijke beslissing heeft genomen tot plaatsing op een veiligheidscel. In principe kan uitsluitend de directeur een voorlopige maatregel nemen. Indien echter de situatie van gevaar geen enkel uitstel duldt, kunnen ook andere personeelsleden van de gevangenis deze beslissing nemen, mits onmiddellijke kennisgeving ervan aan de directeur, die dan een beslissing neemt. Indien de directeur die besloten heeft tot het opleggen van een voorlopige maatregel niet in de inrichting aanwezig is, vult het personeelslid dat contact heeft gehad met de directeur in zijn naam de voorlopige maatregel in en tekent in zijn naam, met toevoeging van de vermelding “voor de directeur (naam van de directeur), afwezig tijdens de handtekening” en de vermelding van zijn identiteit en hoedanigheid. De Klachtencommissie stelt vast dat de beslissing van de voorlopige maatregel pas de dag nadien is ondertekend door de directie zelf, ondanks de mogelijkheid om de beslissing reeds eerder op te stellen op de hierboven uiteengezette manier. Gelet op de inhoud van het rapport kon de directie de voorlopige maatregel nemen. De voorlopige maatregel is wettelijk, redelijk en billijk. De Klachtencommissie kan niet nagaan op welke wijze de plaatsing in de veiligheidscel is gebeurd, maar wijst er op dat medische klachten van gedetineerden goed opgevolgd moeten worden. De klacht tegen de voorlopige maatregel is ongegrond.
De klacht is eveneens gericht tegen de tuchtbeslissing van 7 dagen ATV omwille van de opzettelijke aantasting van de orde. De directie baseert zich voor de tuchtinbreuk op een rapport. Het rapport is duidelijk. Klager benoemt geen overtuigende tegenindicaties, maar legt uit waarom hij bepaalde acties heeft gesteld. De directie kon het gedrag van klager zoals beschreven in het rapport kwalificeren als een tuchtinbreuk van het verstoren van de orde. De directie motiveert dit correct in de tuchtbeslissing. De klacht tegen de tuchtbeslissing is ongegrond.