KC04/21-0098
Non fondée
Fondée
Irrecevable
KC - Beveren
Commission des plaintes
Disciplinaire
Fouille à corps
TUCHT - FOUILLE LICHAAM - BIJSTAND ADVOCAAT - RECHT VAN VERDEDIGING - RECHT OP TEGENSPRAAK
De motivering van de fouillebeslissing vermeldt een verdachte geur op de cel van klager. Volgens de Klachtencommissie kan een verdachte geur op een welbepaalde cel voldoende individuele aanwijzingen zijn voor de noodzaak tot een naaktfouille. De beslissing is volgens de Klachtencommissie correct genomen en de individuele aanwijzingen zijn voldoende en schriftelijk gemotiveerd in de beslissing. De klacht tegen de fouillebeslissing is ongegrond.
De tuchtprocedure voorziet dat de directeur de gedetineerde hoort in zijn middelen van verdediging. Niets belet dat het verweer in naam van de gedetineerde door een advocaat wordt gevoerd. De gedetineerde kan dus beroep doen op een advocaat om zich te laten bijstaan, of om zich te laten vertegenwoordigen tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting. In dit geval blijkt echter duidelijk uit het dossier, alsook uit de aanwezigheid van de advocaat van klager op de hoorzitting dat klager zich minstens wilde laten vertegenwoordigen op de tuchtzitting door zijn advocaat. Op de mededeling van de advocaat dat klager terug naar zijn cel was gegaan en niet wenste te verschijnen, antwoordt de directie: “dan wordt er beslist zonder een hoorzitting.” De Klachtencommissie stelt vast dat klager op die manier is miskend in zijn rechten. De tuchtprocedure is niet nageleefd. De beslissing is onwettig en wordt vernietigd.
De motivering van de fouillebeslissing vermeldt een verdachte geur op de cel van klager. Volgens de Klachtencommissie kan een verdachte geur op een welbepaalde cel voldoende individuele aanwijzingen zijn voor de noodzaak tot een naaktfouille. De beslissing is volgens de Klachtencommissie correct genomen en de individuele aanwijzingen zijn voldoende en schriftelijk gemotiveerd in de beslissing. De klacht tegen de fouillebeslissing is ongegrond.
De tuchtprocedure voorziet dat de directeur de gedetineerde hoort in zijn middelen van verdediging. Niets belet dat het verweer in naam van de gedetineerde door een advocaat wordt gevoerd. De gedetineerde kan dus beroep doen op een advocaat om zich te laten bijstaan, of om zich te laten vertegenwoordigen tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting. In dit geval blijkt echter duidelijk uit het dossier, alsook uit de aanwezigheid van de advocaat van klager op de hoorzitting dat klager zich minstens wilde laten vertegenwoordigen op de tuchtzitting door zijn advocaat. Op de mededeling van de advocaat dat klager terug naar zijn cel was gegaan en niet wenste te verschijnen, antwoordt de directie: “dan wordt er beslist zonder een hoorzitting.” De Klachtencommissie stelt vast dat klager op die manier is miskend in zijn rechten. De tuchtprocedure is niet nageleefd. De beslissing is onwettig en wordt vernietigd.