Ga verder naar de inhoud

KC02/26-0077

Non fondée KC - Antwerpen Commission des plaintes Mesure d'ordre
VOORLOPIGE MAATREGEL - MOTIVERING - ORDEMAATREGEL - AFZETTING WERK
De klacht is ten eerste gericht tegen een voorlopige maatregel tot een verbod op werk. De klachtencommissie meent dat de directie onvoldoende motiveert waarom de feiten een ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid inhielden, aangezien noch de fysieke integriteit van personen, noch de goede staat van goederen in gevaar kwam. Wellicht in er wel sprake van een “gevaar voor de orde of de veiligheid”, waardoor de directeur een voorlopige maatregel tot niet werken zou kunnen opleggen. Het is echter aan de directie om te kiezen welke situatie volgens haar van toepassing is en te motiveren waarom dit zo is. Het formele motiveringsbeginsel vereist immers dat uit de beslissing zelf blijkt welke motieven ten grondslag liggen aan de beslissing. De directie schendt hier dan ook haar formele motiveringsplicht. De klacht is gegrond.

De klacht is ten tweede gericht tegen de ordemaatregel die hierop gevolgd is. Hoewel klager geen tuchtsanctie opgelegd kreeg, is er volgens de klachtencommissie wel sprake van een vertrouwensbreuk die tot gevolg heeft dat de werkrelatie niet langer mogelijk is. Klager heeft immers haar functie als poetser gebruikt om een pakketje door te geven aan een andere gedetineerde. De klachtencommissie meent dan ook dat de ordemaatregel voldoende duidelijk maakt waarom klager niet meer voldoet aan de vereisten voor deze arbeidspost met veel bewegingsruimte. De klacht is ongegrond.