KC02/26-0067
Non fondée
KC - Antwerpen
Commission des plaintes
Disciplinaire
TUCHT
Klager dient klacht in tegen de tuchtbeslissing van 14 mei 2026. Hij schrijft dat hij onterecht werd beschuldigd en dat ze zonder reden gesanctioneerd werden.
De directie besloot naar aanleiding van een melding over het wegwerpen van brandend materiaal uit de cel van klager om een voorlopige maatregel op te leggen in de vorm van een individueel regime. De voorlopige maatregel werd daags nadien stopgezet.
De klachtencommissie stelt vast dat de directie verder onderzoek voerde naar de feiten, met name door het horen van de gedetineerden, het bekijken van de camerabeelden van het incident en het horen van de opsteller van het rapport. Op 14 mei 2026 besliste zij op basis van al deze informatie om de tuchtprocedure stop te zetten.
Klager werd dus bij wijze van voorlopige maatregel – in afwachting van de tuchtprocedure en zonder het oog op onmiddellijke bestraffing – in afzondering geplaatst. Hij werd niet gesanctioneerd door middel van een tuchtbeslissing, in tegendeel: de tuchtprocedure werd stopgezet na verder onderzoek en klager kreeg geen tuchtsanctie opgelegd.
Om deze reden is de klacht ongegrond.
De klachtencommissie wenst de directie ten slotte te wijzen op het bestaan van bijlage 5b bij collectieve brief nr. 124, dat een sjabloon voorziet voor de beslissing tot het niet opleggen van een tuchtsanctie waarin de directie dit dient te expliciteren alsmede waarom zij de gedetineerde geen tuchtsanctie oplegt.
Klager dient klacht in tegen de tuchtbeslissing van 14 mei 2026. Hij schrijft dat hij onterecht werd beschuldigd en dat ze zonder reden gesanctioneerd werden.
De directie besloot naar aanleiding van een melding over het wegwerpen van brandend materiaal uit de cel van klager om een voorlopige maatregel op te leggen in de vorm van een individueel regime. De voorlopige maatregel werd daags nadien stopgezet.
De klachtencommissie stelt vast dat de directie verder onderzoek voerde naar de feiten, met name door het horen van de gedetineerden, het bekijken van de camerabeelden van het incident en het horen van de opsteller van het rapport. Op 14 mei 2026 besliste zij op basis van al deze informatie om de tuchtprocedure stop te zetten.
Klager werd dus bij wijze van voorlopige maatregel – in afwachting van de tuchtprocedure en zonder het oog op onmiddellijke bestraffing – in afzondering geplaatst. Hij werd niet gesanctioneerd door middel van een tuchtbeslissing, in tegendeel: de tuchtprocedure werd stopgezet na verder onderzoek en klager kreeg geen tuchtsanctie opgelegd.
Om deze reden is de klacht ongegrond.
De klachtencommissie wenst de directie ten slotte te wijzen op het bestaan van bijlage 5b bij collectieve brief nr. 124, dat een sjabloon voorziet voor de beslissing tot het niet opleggen van een tuchtsanctie waarin de directie dit dient te expliciteren alsmede waarom zij de gedetineerde geen tuchtsanctie oplegt.