Ga verder naar de inhoud

KC02/25-0237

Fondée Irrecevable KC - Antwerpen Commission des plaintes Autre décision directeur
ARBEID - ONTSLAG - SANCTIE - MOTIVERING - CELMUTATIE - TERMIJN

De klacht is gericht tegen de beslissing van de directie van de gevangenis van Antwerpen om klager af te zetten van werk en hem te muteren van vleugel.

- De afzetting van werk

Uit het dossier blijkt dat klager werd afgezet van zijn werk in de kleedkamer omdat hij tijdens de duur van de ATV-sanctie afwezig zou zijn.

De klachtencommissie stelt vast dat klager geen schriftelijke beslissing heeft ontvangen waarin werd gemotiveerd waarom hij werd ontslagen. Klager heeft slechts terloops – tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting – kennis gekregen van het feit dat hij zijn werk zou verliezen (“Je begrijpt dat je ook uw werk zal verliezen?”) . De klachtencommissie meent dat deze mededeling, die verder op geen enkele manier gemotiveerd wordt, onvoldoende is en niet kan worden gezien als een gemotiveerde beslissing in het licht van artikel 8 van de Basiswet.

Uit het dossier blijkt ook niet dat klager werd ontslagen omdat de directie hem niet meer geschikt achtte voor de job: hij werd louter ontslagen omdat hij gedurende de ATV-sanctie niet kon gaan werken. Gelet op deze omstandigheid en het gegeven dat de beslissing rond de afzetting van werk is genomen op het moment van het opleggen van de tuchtsanctie, is de klachtencommissie van oordeel dat het ontslag van klager zich voordoet als een tweede (verdoken) tuchtsanctie, boven op de 15 dagen ATV, hetgeen in strijd is met artikel 143, §3 van de Basiswet waarin wordt gesteld dat de sanctie van de afzondering in de aan de gedetineerde toegewezen verblijfsruimte alleen kan worden opgelegd met uitsluiting van de andere tuchtsancties.

Om deze redenen is de klacht gegrond. Artikel 158, §4, eerste lid van de Basiswet bepaalt dat de directeur de gevolgen van de vernietigde beslissing, voor zover mogelijk, ongedaan maakt. Dit betekent dat klager zijn job in de kleedkamer onmiddellijk herneemt, indien er plaats is. Indien er geen plaats is, dient klager bovenaan de wachtlijst hiervoor geplaatst te worden.

- De celmutatie

De klacht dient te worden ingediend uiterlijk de zevende dag na die waarop de gedetineerde kennis heeft gekregen van de beslissing waarover hij zich wenst te beklagen. Klager diende op 10 november 2025 zijn klacht in tegen beslissing tot celmutatie. Uit het dossier blijkt dat klager pas enkele dagen voor het aflopen van zijn tuchtsanctie in kennis werd gesteld van deze beslissing, dus na het indienen van zijn klacht.

De klachtencommissie stelt vast dat op het moment dat klager de klacht indiende, nog geen beslissing in verband met de celmutatie was genomen. De klacht is dus gericht tegen een – op dat moment - zuiver hypothetische en toekomstige beslissing. Dit kan niet het voorwerp van het beklagrecht uitmaken.

De klacht is bijgevolg niet-ontvankelijk.