KC02/25-0206
Non fondée
KC - Antwerpen
Commission des plaintes
Disciplinaire
TUCHT - BIJZONDERE VEILIGHEIDSMAATREGEL
De eerste klacht is gericht tegen de tuchtbeslissing waarbij klager gesanctioneerd werd met 25 dagen ATV naar aanleiding van een vechtpartij op de wandeling. Uit het RAD en de camerabeelden, die bekeken werden ter zitting, blijkt voor de klachtencommissie duidelijk dat de feiten bewezen zijn. Klager stelt zowel tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting als in zijn klacht dat hij zijn celgenoot wou beschermen en dat zij bedreigd worden. De klachtencommissie treedt de directie echter bij wanneer zij stelt dat agressie nooit toelaatbaar is. De directie motiveert volgens de klachtencommissie afdoende in haar tuchtbeslissing waarom zij de tuchtinbreuk toerekent aan klager. De sanctie is wettig en niet onredelijk of onbillijk. De klacht is niet gegrond.
De tweede klacht is gericht tegen de bijzondere veiligheidsmaatregel die volgde op de tuchtsanctie, waarbij klager werd uitgesloten van de gemeenschappelijke wandeling. Uit de schriftelijke beslissing tot het opleggen van een BVM, blijkt dat de directie ook na de tuchtsanctie van oordeel is dat klager een gevaar vormt wanneer hij deelneemt aan de gemeenschappelijke wandeling. Klager gaf tijdens de hoorzitting voorafgaand aan de BVM aan dat hij agressief zal blijven reageren. De klachtencommissie is dan ook van oordeel dat er inderdaad sprake is van een ernstige aanwijzing van een gevaar voor de orde of de veiligheid.
Klager stelt in zijn klacht dat het verslag van de hoorzitting niet correct werd opgemaakt. De klachtencommissie heeft echter geen redenen om aan te nemen dat het verslag niet zorgvuldig werd opgemaakt door de betrokken beambte. De klachtencommissie is verder van oordeel dat, voor zo ver er eventueel sprake zou zijn van een materiële fout in het verslag, dit in ieder geval geen doorslaggevende rol heeft gespeeld in de beslissing van de directie. De klacht is niet gegrond.
De eerste klacht is gericht tegen de tuchtbeslissing waarbij klager gesanctioneerd werd met 25 dagen ATV naar aanleiding van een vechtpartij op de wandeling. Uit het RAD en de camerabeelden, die bekeken werden ter zitting, blijkt voor de klachtencommissie duidelijk dat de feiten bewezen zijn. Klager stelt zowel tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting als in zijn klacht dat hij zijn celgenoot wou beschermen en dat zij bedreigd worden. De klachtencommissie treedt de directie echter bij wanneer zij stelt dat agressie nooit toelaatbaar is. De directie motiveert volgens de klachtencommissie afdoende in haar tuchtbeslissing waarom zij de tuchtinbreuk toerekent aan klager. De sanctie is wettig en niet onredelijk of onbillijk. De klacht is niet gegrond.
De tweede klacht is gericht tegen de bijzondere veiligheidsmaatregel die volgde op de tuchtsanctie, waarbij klager werd uitgesloten van de gemeenschappelijke wandeling. Uit de schriftelijke beslissing tot het opleggen van een BVM, blijkt dat de directie ook na de tuchtsanctie van oordeel is dat klager een gevaar vormt wanneer hij deelneemt aan de gemeenschappelijke wandeling. Klager gaf tijdens de hoorzitting voorafgaand aan de BVM aan dat hij agressief zal blijven reageren. De klachtencommissie is dan ook van oordeel dat er inderdaad sprake is van een ernstige aanwijzing van een gevaar voor de orde of de veiligheid.
Klager stelt in zijn klacht dat het verslag van de hoorzitting niet correct werd opgemaakt. De klachtencommissie heeft echter geen redenen om aan te nemen dat het verslag niet zorgvuldig werd opgemaakt door de betrokken beambte. De klachtencommissie is verder van oordeel dat, voor zo ver er eventueel sprake zou zijn van een materiële fout in het verslag, dit in ieder geval geen doorslaggevende rol heeft gespeeld in de beslissing van de directie. De klacht is niet gegrond.