KC02/25-0173
Fondée
KC - Antwerpen
Commission des plaintes
Mesure de sécurité particulière
BIJZONDERE VEILIGHEIDSMAATREGEL - TUCHT - MOTIVERING
De klacht gaat over de beslissingen van 23 en 29 augustus 2025 van de directie van de gevangenis van Antwerpen tot het opleggen van bijzondere veiligheidsmaatregelen.
- De BVM van 23 augustus 2025
Op 10 augustus 2025 werd de directie op de hoogte gebracht van klagers intenties om geld over te maken en te ontsnappen (zie passage opgenomen in het verweer). Klager werd hiervoor op 12 augustus 2025 tuchtrechtelijk gesanctioneerd met 30 dagen afzondering in de toegewezen verblijfsruimte (hierna: ‘ATV’) wegens ‘het bezit of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties’ en ‘ontsnapping of deelname aan ontsnapping’. Deze beslissing werd op 22 augustus 2025 door de klachtencommissie vernietigd omdat de directie niet motiveerde waarom de feiten, ondanks het statuut van klager als geïnterneerde, aan hem konden worden toegerekend.
Naar aanleiding van deze feiten en een nieuw rapport van 20 augustus 2025, in hetwelk wordt beschreven hoe klager zich verzette tegen een mutatie en het personeel en de directeur bedreigde, besliste de directie op 23 augustus 2025 om een bijzondere veiligheidsmaatregel op te leggen waarbij klager werd uitgesloten van alle gemeenschappelijke en individuele activiteiten en glasbezoek opgelegd kreeg.
De klachtencommissie stelt vast dat de feiten in voorliggend dossier ook tuchtrechtelijke inbreuken betreffen, met name ‘de opzettelijke aantasting van de orde’ en ‘de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee’ . Ook de directie is deze mening toegedaan, aangezien zij klager (oorspronkelijk uitsluitend voor de feiten van 10 augustus) reeds tuchtrechtelijk sanctioneerde.
De klachtencommissie meent dat de directie een (nieuwe) tuchtprocedure had moeten opstarten naar aanleiding van de recente feiten. Dat de oorspronkelijke tuchtbeslissing werd vernietigd, belette de directie niet om opnieuw een tuchtprocedure op te starten op basis van de feiten van 20 augustus 2025.
De klachtencommissie benadrukt dat de directeur niet zonder meer kan kiezen tussen de verschillende procedures voorzien in de Basiswet. De toepassing van een bepaalde procedure moet gebaseerd zijn op de wettelijke voorwaarden daarvoor. De Basiswet voorziet een duidelijke voorrang voor de tuchtprocedure.
De klacht is gegrond.
- De BVM van 29 augustus 2025
De Basiswet bepaalt dat bijzondere veiligheidsmaatregelen niet langer mogen duren dan zeven dagen. Zij kunnen niet verlengd worden zonder een met redenen omklede beslissing van de directeur, na de gedetineerde te hebben gehoord. Een bijzondere veiligheidsmaatregel kan maximaal driemaal verlengd worden.
In de tweede BVM van 29 augustus 2025 verwijst zij opnieuw en uitsluitend naar de elementen die aanleiding hebben gegeven tot de eerste BVM. Er is geen motivering waarom er opnieuw een BVM werd genomen. Het eerdere verblijf onder de veiligheidsmaatregel komt in de motivatie niet aan bod en wordt niet geëvalueerd. De klachtencommissie vindt in de motivering dan ook geen enkel element terug waaruit kan afgeleid worden dat klager tijdens het verloop van de vorige BVM gedrag stelde waardoor er nog steeds sprake was van een gevaar voor de orde en/of de veiligheid.
De beslissing is dan ook in strijd met de motiveringsplicht en voldoet niet aan de voorwaarden zoals opgenomen in artikel 110 van de Basiswet en de Collectieve brief nr. 156 van 14 augustus 2020.
De klacht is gegrond.
De klacht gaat over de beslissingen van 23 en 29 augustus 2025 van de directie van de gevangenis van Antwerpen tot het opleggen van bijzondere veiligheidsmaatregelen.
- De BVM van 23 augustus 2025
Op 10 augustus 2025 werd de directie op de hoogte gebracht van klagers intenties om geld over te maken en te ontsnappen (zie passage opgenomen in het verweer). Klager werd hiervoor op 12 augustus 2025 tuchtrechtelijk gesanctioneerd met 30 dagen afzondering in de toegewezen verblijfsruimte (hierna: ‘ATV’) wegens ‘het bezit of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties’ en ‘ontsnapping of deelname aan ontsnapping’. Deze beslissing werd op 22 augustus 2025 door de klachtencommissie vernietigd omdat de directie niet motiveerde waarom de feiten, ondanks het statuut van klager als geïnterneerde, aan hem konden worden toegerekend.
Naar aanleiding van deze feiten en een nieuw rapport van 20 augustus 2025, in hetwelk wordt beschreven hoe klager zich verzette tegen een mutatie en het personeel en de directeur bedreigde, besliste de directie op 23 augustus 2025 om een bijzondere veiligheidsmaatregel op te leggen waarbij klager werd uitgesloten van alle gemeenschappelijke en individuele activiteiten en glasbezoek opgelegd kreeg.
De klachtencommissie stelt vast dat de feiten in voorliggend dossier ook tuchtrechtelijke inbreuken betreffen, met name ‘de opzettelijke aantasting van de orde’ en ‘de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee’ . Ook de directie is deze mening toegedaan, aangezien zij klager (oorspronkelijk uitsluitend voor de feiten van 10 augustus) reeds tuchtrechtelijk sanctioneerde.
De klachtencommissie meent dat de directie een (nieuwe) tuchtprocedure had moeten opstarten naar aanleiding van de recente feiten. Dat de oorspronkelijke tuchtbeslissing werd vernietigd, belette de directie niet om opnieuw een tuchtprocedure op te starten op basis van de feiten van 20 augustus 2025.
De klachtencommissie benadrukt dat de directeur niet zonder meer kan kiezen tussen de verschillende procedures voorzien in de Basiswet. De toepassing van een bepaalde procedure moet gebaseerd zijn op de wettelijke voorwaarden daarvoor. De Basiswet voorziet een duidelijke voorrang voor de tuchtprocedure.
De klacht is gegrond.
- De BVM van 29 augustus 2025
De Basiswet bepaalt dat bijzondere veiligheidsmaatregelen niet langer mogen duren dan zeven dagen. Zij kunnen niet verlengd worden zonder een met redenen omklede beslissing van de directeur, na de gedetineerde te hebben gehoord. Een bijzondere veiligheidsmaatregel kan maximaal driemaal verlengd worden.
In de tweede BVM van 29 augustus 2025 verwijst zij opnieuw en uitsluitend naar de elementen die aanleiding hebben gegeven tot de eerste BVM. Er is geen motivering waarom er opnieuw een BVM werd genomen. Het eerdere verblijf onder de veiligheidsmaatregel komt in de motivatie niet aan bod en wordt niet geëvalueerd. De klachtencommissie vindt in de motivering dan ook geen enkel element terug waaruit kan afgeleid worden dat klager tijdens het verloop van de vorige BVM gedrag stelde waardoor er nog steeds sprake was van een gevaar voor de orde en/of de veiligheid.
De beslissing is dan ook in strijd met de motiveringsplicht en voldoet niet aan de voorwaarden zoals opgenomen in artikel 110 van de Basiswet en de Collectieve brief nr. 156 van 14 augustus 2020.
De klacht is gegrond.