KC02/25-0002
Fondée
Compensation
KC - Antwerpen
Commission des plaintes
Mesure provisoire
Disciplinaire
TUCHT - STRAFCEL - BEVEILIGDE CEL - FOUILLE OP HET LICHAAM - GEÏNTERNEERDE - TEGEMOETKOMING
De klacht gaat over beslissingen genomen in de gevangenis van Antwerpen waardoor klager van 11 tot 14 december 2024 in een beveiligde cel/ strafcel werd geplaatst na een woordenwisseling met zijn celgenoot over het gebruik van de televisie.
De tuchtbeslissing voldoet niet aan de wettelijke voorwaarden, waardoor de klacht gegrond is. Uit het dossier blijkt voor de klachtencommissie dat de penitentiair beambten onvoldoende overlegd hebben met de directie, vooraf aan de plaatsing van klager in een beveiligde cel. Daarnaast blijkt uit de voorlopige maatregel dat de plaatsing op de beveiligde cel standaard gepaard ging met een fouille op het lichaam. De plaatsing in een beveiligde cel of strafcel vormt op zich staand, zonder bijkomend concreet element van gevaar voor de orde of de veiligheid – geen individuele aanwijzing die een fouillering op het lichaam rechtvaardigt. Het is dan ook verboden stelselmatig een fouillering op het lichaam op te leggen bij een plaatsing in een veiligheidscel of strafcel, zonder dat het gedrag van de gedetineerde daartoe aanleiding geeft.
Tenslotte is klager geïnterneerd, waardoor er minstens een vermoeden is dat zijn handelen het gevolg is van een (psychiatrische) problematiek. Er wordt echter niet aangehaald met welke psychiatrische problemen klager kampte of wat de gevolgen daarvan konden zijn. Het is dan ook onduidelijk hoe de directie heeft geoordeeld dat de (psychiatrische) problematiek van klager géén impact op zijn gedrag had.
De klachtencommissie vernietigt de voorlopige maatregel van 11 december 2024 en de tuchtbeslissing van 14 december 2024, draagt de directie op elk spoor van de tuchtbeslissing van 14 december 2024 uit het tuchtregister van klager te wissen en kent een tegemoetkoming aan klager toe.
De klacht gaat over beslissingen genomen in de gevangenis van Antwerpen waardoor klager van 11 tot 14 december 2024 in een beveiligde cel/ strafcel werd geplaatst na een woordenwisseling met zijn celgenoot over het gebruik van de televisie.
De tuchtbeslissing voldoet niet aan de wettelijke voorwaarden, waardoor de klacht gegrond is. Uit het dossier blijkt voor de klachtencommissie dat de penitentiair beambten onvoldoende overlegd hebben met de directie, vooraf aan de plaatsing van klager in een beveiligde cel. Daarnaast blijkt uit de voorlopige maatregel dat de plaatsing op de beveiligde cel standaard gepaard ging met een fouille op het lichaam. De plaatsing in een beveiligde cel of strafcel vormt op zich staand, zonder bijkomend concreet element van gevaar voor de orde of de veiligheid – geen individuele aanwijzing die een fouillering op het lichaam rechtvaardigt. Het is dan ook verboden stelselmatig een fouillering op het lichaam op te leggen bij een plaatsing in een veiligheidscel of strafcel, zonder dat het gedrag van de gedetineerde daartoe aanleiding geeft.
Tenslotte is klager geïnterneerd, waardoor er minstens een vermoeden is dat zijn handelen het gevolg is van een (psychiatrische) problematiek. Er wordt echter niet aangehaald met welke psychiatrische problemen klager kampte of wat de gevolgen daarvan konden zijn. Het is dan ook onduidelijk hoe de directie heeft geoordeeld dat de (psychiatrische) problematiek van klager géén impact op zijn gedrag had.
De klachtencommissie vernietigt de voorlopige maatregel van 11 december 2024 en de tuchtbeslissing van 14 december 2024, draagt de directie op elk spoor van de tuchtbeslissing van 14 december 2024 uit het tuchtregister van klager te wissen en kent een tegemoetkoming aan klager toe.