Ga verder naar de inhoud

KC02/24-0336

Fondée KC - Antwerpen Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT - VERBODEN VOORWERPEN - MEDIA - FOUILLE OP HET LICHAAM - CELCONTROLE - TEGEMOETKOMING

De klacht betreft een tuchtbeslissing van de directie van de gevangenis van Antwerpen.

Klager werd tuchtrechtelijk gesanctioneerd voor
- het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties
- het bezit of het gebruik van technologische middelen die onregelmatige communicatie met de buitenwereld mogelijk maken.

Ten aanzien van klager werden twee RADs opgesteld:
- een RAD van 27/12/2024 gedaan om 20u31
- een RAD van 27/12/2024 gedaan om 20u42

Er wordt een celcontrole gedaan op het bezit van een GSM. Het toestel waar GSMs worden mee opgespoord, geeft een signaal door dat er in hun cel een GSM zou bevinden. De kans bestaat er echter in dat deze verstopt is op het lichaam en zodanig klein is dat een fouille aan de kledij niet zal volstaan om deze terug te vinden.
Op de tuchtrechtelijke hoorzitting geeft klager toe dat hij een gsm onder zijn oksel had, maar beweert hij dat deze niet van hem is. Klager geeft toe dat hij drugs in zijn broekzak had zitten. Hij legt uit dat hij koppijn had. De directie achtte de tuchtinbreuken als bewezen.


Wat bereft de drugs:
De klachtencommissie meent dat de directie geen rekening kon houden met de vondst van de drugs, gelet op het feit dat dit bewijselement voortkwam uit een onwettige naaktfouille. In casu is er volgens de klachtencommissie geen sprake van individuele aanwijzingen. De mogelijke aanwezigheid van een GSM op cel maakt geen individuele aanwijzing uit die een naaktfouille kan verantwoorden. De loutere aanwezigheid van een GSM op cel maakt namelijk geen verdacht gedrag/verdachte handeling uit. De onbehoorlijke motivering van de naaktfouille brengt de onwettigheid van de naaktfouille met zich mee. Deze onwettigheid tast het daaruit voortvloeiende bewijs aan, i.e. de vondst van de drugs. Echter, volgens de Raad van State impliceert de onregelmatigheid van een beslissing tot fouillering op het lichaam niet noodzakelijkerwijs de onwettigheid van de opgelegde tuchtmaatregel, mits deze gebaseerd is op andere elementen die op regelmatige wijze zijn verkregen.

In casu liggen er geen andere bewijselementen voor die op regelmatige wijze zijn verkregen. De klachtencommissie meent dat de bekentenis van klager niet als apart (regelmatig) bewijselement kan worden aanzien, aangezien deze bekentenis louter voortvloeit uit de bevraging van klager over de drugsvondst op de tuchtrechtelijke hoorzitting. Aangezien dit onrechtmatig verkregen bewijs betreft, had de directie klager hierover niet mogen bevragen. Dit wel doen, zorgt ervoor dat de directie een bekentenis heeft uitgelokt. De bekentenis is op haar beurt dus aangetast door de onrechtmatigheid van de naaktfouille. Hieruit volgt dat de directie onvoldoende bewijselementen had om de drugsvondst aan klager toe te rekenen. Bovendien stelt de klachtencommissie ook vast dat gelijktijdig met de fouillering op het lichaam een celcontrole werd uitgevoerd. Zij oordeelde reeds eerder in beslissing KC02/24-0276 dat deze werkwijze onredelijk is en dat de directie in een dergelijk geval eerst een celcontrole moet uitvoeren voor zij kan verdergaan met een ingrijpendere methode. Het deel van de tuchtbeslissing dat betrekking heeft op de drugs dient dan ook te worden vernietigd.


Wat betreft de gsm:
De directie kon daarentegen wel rekening houden met het feit dat klager de GSM onder zijn oksel had verstopt om het tuchtfeit aan klager toe te rekenen. Zelfs indien de GSM niet aan klager toebehoorde, houdt zijn gedrag – het verstoppen onder zijn oksel – minstens een actieve daad van medeplichtigheid aan de tuchtinbreuk in. Klager kreeg een tuchtsanctie opgelegd van 30 dagen ATV voor twee tuchtrechtelijke inbreuken van de eerste categorie. Dit is de maximumsanctie voorzien door de basiswet.

De klachtencommissie heeft echter één van de twee tuchtinbreuken vernietigd, met name de tuchtinbreuk het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties. De andere tuchtinbreuk – inzake de GSM – blijft overeind. De klachtencommissie is van mening dat de tuchtsanctie dan ook gehalveerd dient te worden, gelet op het feit dat de 30 dagen ATV werden opgelegd voor twee tuchtrechtelijke inbreuken, niet slechts één.


De klacht is daarom gedeeltelijk gegrond:
- de klachtencommissie vernietigt de tuchtinbreuk ‘het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties’
- de tuchtinbreuk ‘het bezit of het gebruik van technologische middelen die onregelmatige communicatie met de buitenwereld mogelijk maken’ blijft overeind
- de tuchtsanctie van 30 dagen ATV wordt gehalveerd naar 15 dagen ATV, gelet op de vernietiging van één van de twee tuchtinbreuken
De directie dient klagers tuchtregister als dusdanig aan te passen. De klachtencommissie kent een tegemoetkoming toe van één extra wandeling en 10 euro belkrediet.