KC02/24-0302
Fondée
KC - Antwerpen
Commission des plaintes
Mesure de sécurité particulière
BIJZONDERE VEILIGHEIDSMAATREGEL - TEGEMOETKOMING
De klacht is gericht tegen de bijzondere veiligheidsmaatregel waarbij klager ’s nachts in de veiligheidscel werd geplaatst. Klager stelt in haar schriftelijke klacht dat zij, net als bij haar vorige tucht, net één van de gedetineerden is die last heeft van het geroep en niet één van de gedetineerden is die roept. Klager stelt in haar aanvullende klacht dat zij geen pro-Deoadvocaat toegekend kreeg en dat zij niet gehoord werd door de directie, noch door de klachtencommissie.
Het meldingsverslag (MV) stelt dat klager op verschillende momenten aan het roepen en schreeuwen was door het raam en bij het winket. Volgens het MV hebben verschillende gedetineerden reeds geklaagd dat ze hierdoor niet kunnen slapen.
Het veroorzaken van lawaaihinder betreft ook een tuchtrechtelijke inbreuk. De klachtencommissie is dan ook van oordeel dat de directie in eerste instantie een tuchtprocedure had moeten opstarten. De klachtencommissie benadrukt dat de directeur niet zonder meer kan kiezen tussen de verschillende procedures voorzien in de Basiswet. De toepassing van een bepaalde procedure moet gebaseerd zijn op de wettelijke voorwaarden daarvoor.
De Basiswet voorziet een duidelijke voorrang voor de tuchtprocedure.
Om deze redenen is de klacht gegrond. De klachtencommissie vernietigt de bijzondere veiligheidsmaatregel. Klager vroeg als tegemoetkoming een rechtzetting op papier. Deze beslissing geldt dan ook als voldoende tegemoetkoming.
De klacht is gericht tegen de bijzondere veiligheidsmaatregel waarbij klager ’s nachts in de veiligheidscel werd geplaatst. Klager stelt in haar schriftelijke klacht dat zij, net als bij haar vorige tucht, net één van de gedetineerden is die last heeft van het geroep en niet één van de gedetineerden is die roept. Klager stelt in haar aanvullende klacht dat zij geen pro-Deoadvocaat toegekend kreeg en dat zij niet gehoord werd door de directie, noch door de klachtencommissie.
Het meldingsverslag (MV) stelt dat klager op verschillende momenten aan het roepen en schreeuwen was door het raam en bij het winket. Volgens het MV hebben verschillende gedetineerden reeds geklaagd dat ze hierdoor niet kunnen slapen.
Het veroorzaken van lawaaihinder betreft ook een tuchtrechtelijke inbreuk. De klachtencommissie is dan ook van oordeel dat de directie in eerste instantie een tuchtprocedure had moeten opstarten. De klachtencommissie benadrukt dat de directeur niet zonder meer kan kiezen tussen de verschillende procedures voorzien in de Basiswet. De toepassing van een bepaalde procedure moet gebaseerd zijn op de wettelijke voorwaarden daarvoor.
De Basiswet voorziet een duidelijke voorrang voor de tuchtprocedure.
Om deze redenen is de klacht gegrond. De klachtencommissie vernietigt de bijzondere veiligheidsmaatregel. Klager vroeg als tegemoetkoming een rechtzetting op papier. Deze beslissing geldt dan ook als voldoende tegemoetkoming.