Ga verder naar de inhoud

KC02/24-0177

Fondée Compensation KC - Antwerpen Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT - VERBODEN SUBSTANTIES - HUISHOUDELIJK REGLEMENT - TEGEMOETKOMING

De klacht betreft de tuchtbeslissing van de directie van de gevangenis.

Het rapport aan de directeur (RAD) beschrijft hoe klager samen met andere gedetineerden tijdens de wandeling onder het afdak verdachte witte poeder aan het snuiven was. Naar aanleiding daarvan werd de tuchtprocedure opgestart voor de tuchtinbreuk “het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties”. Tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting bevestigt klager de vaststellingen en stelt dat het gaat om medicatie. Dit wordt verder niet betwist. Ook in de motivering van de tuchtbeslissing stelt de directie meerdere keren dat het gaat om niet-voorgeschreven medicatie.

De feiten zijn gekwalificeerd als “het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties”. Deze tuchtinbreuk is echter voorbehouden voor voorwerpen of substanties die ook in de vrije samenleving verboden zijn, zoals drugs en wapens. Het bezit van niet-voorgeschreven medicatie kan enkel gesanctioneerd worden als een inbreuk op het Huishoudelijk reglement van de gevangenis, met name de bepalingen over het bezit van voorwerpen. Het HHR stelt immers dat enkel voorgeschreven medicatie toegelaten is.

De directie legde 21 dagen verbod op deelname aan culturele, sportieve en ontspanningsactiviteiten (“cuspo”) op als bijzondere tuchtsanctie. Deze bijzondere tuchtsanctie kan voor een maximumduur
van 30 dagen worden opgelegd voor een inbreuk van de eerste categorie en van 15 dagen voor een inbreuk van de tweede categorie, mits er een verband is met de aard of de omstandigheden van de
tuchtrechtelijke inbreuk. Aangezien klager gesanctioneerd werd voor het bezit van medicatie op de wandeling, is dit verband aanwezig. Na vervanging van de tuchtinbreuk (zie hieronder), overschrijdt
de sanctie de maximale duur.

De klachtencommissie is desondanks van oordeel dat de feiten ernstig zijn. Om die reden vermindert de klachtencommissie de sanctie van 21 dagen verbod op “cuspo” naar 15 dagen verbod op “cuspo”. Om deze redenen is de klacht gedeeltelijk gegrond.

Hieruit volgt dat klager 6 dagen onterecht onder een verbod op “cuspo” heeft gezeten. Aangezien deze gevolgen van de vernietigde beslissing niet meer ongedaan kunnen worden gemaakt, werd
klager met het oog op het toekennen van een compensatie, schriftelijk bevraagd. Hij gaf aan een extra wandeling te wensen.
De directie werd hierover gehoord en verklaarde zich akkoord. De klachtencommissie kent één extra wandeling toe als tegemoetkoming.