Ga verder naar de inhoud

KC02/24-0141

Fondée KC - Antwerpen Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT - PERSONEEL

De klacht betreft de tuchtbeslissing van de directie van de gevangenis.

De tuchtprocedure werd opgestart naar aanleiding van een incident. Daarbij zou klager verbaal agressief zijn geweest tegenover een directielid. Zowel uit het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting als uit de klacht blijkt voor de klachtencommissie dat klager de feiten an sich niet betwist, maar stelt dat de feiten plaatsvonden tegenover een andere persoon. Klager stelt in zijn klacht dat hij ervan overtuigd is dat het ging om een medewerker van de PSD, terwijl de directie stelt dat het ging om een directielid.

In de mededeling tot opstart tuchtprocedure werd aan klager enkel de tuchtinbreuk “het beledigen van personen die zich in de gevangenis bevinden” ten laste gelegd. In de tuchtbeslissing werd echter ook de tuchtinbreuk “de opzettelijke aantasting van de psychische integriteit van personen of de bedreiging daarmee” weerhouden. De directeur kan de gedetineerde enkel schuldig bevinden aan de tuchtrechtelijke inbreuken die hem ten laste werden gelegd.4 De tuchtprocedure werd enkel correct gevolgd voor de tuchtinbreuk “het
beledigen van personen die zich in de gevangenis bevinden”.

Om deze redenen is de klacht gegrond. De klachtencommissie vernietigt de tuchtbeslissing voor wat betreft de tuchtinbreuk “de opzettelijke aantasting van de psychische integriteit van personen of de bedreiging daarmee”.