ORDEMAATREGEL
De klacht is gericht tegen een ordemaatregel waarbij klager een verbod op gemeenschappelijke wandeling en een verbod om te werken opgelegd kreeg voor de duur van één maand. Hetgeen de directie hier doet is in feite het opleggen van de bijzondere veiligheidsmaatregel voorzien in artikel 112, §1, 2° van de Basiswet, nl. de uitsluiting van bepaalde gemeenschappelijke en individuele activiteiten, en dit door middel van een ordemaatregel voor de duur van één maand. Gelet op de fundamentele rechten die door middel van een bijzondere veiligheidsmaatregel aan de gedetineerde worden ontzegd, heeft de wetgever hieraan ook wettelijke waarborgen verbonden. Zo mag een BVM slechts opgelegd worden voor een duur van 7 dagen en kan deze maximaal drie keer verlengd worden. Door een ordemaatregel te nemen voor een maand, schendt de directie de termijn van een BVM en aldus de rechten van de gedetineerde. De klacht is gegrond.
De klacht is gericht tegen een ordemaatregel waarbij klager een verbod op gemeenschappelijke wandeling en een verbod om te werken opgelegd kreeg voor de duur van één maand. Hetgeen de directie hier doet is in feite het opleggen van de bijzondere veiligheidsmaatregel voorzien in artikel 112, §1, 2° van de Basiswet, nl. de uitsluiting van bepaalde gemeenschappelijke en individuele activiteiten, en dit door middel van een ordemaatregel voor de duur van één maand. Gelet op de fundamentele rechten die door middel van een bijzondere veiligheidsmaatregel aan de gedetineerde worden ontzegd, heeft de wetgever hieraan ook wettelijke waarborgen verbonden. Zo mag een BVM slechts opgelegd worden voor een duur van 7 dagen en kan deze maximaal drie keer verlengd worden. Door een ordemaatregel te nemen voor een maand, schendt de directie de termijn van een BVM en aldus de rechten van de gedetineerde. De klacht is gegrond.