KC02/23-0107
Non fondée
Fondée
Irrecevable
KC - Antwerpen
Commission des plaintes
Autre décision directeur
Mesure provisoire
Mesure de sécurité particulière
Pas de décision du directeur
VOORLOPIGE MAATREGEL - BIJZONDERE VEILIGHEIDSMAATREGEL
Tijdens een celmutatie weigerde klager mee te werken, waarop een voorlopige maatregel tot plaatsing in de beveiligde cel werd genomen. De feiten kunnen gezien worden als een ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid overeenkomstig artikel 145 van de Basiswet. De klacht tegen de voorlopige maatregel is ongegrond.
Klager stelt dat hij tijdens deze plaatsing werd mishandeld door het personeel van de gevangenis. Gelet op het feit dat deze plaatsing de uitvoering van een beslissing van de directie betreft, is de klacht ontvankelijk. Uit verschillende RAD's die door verschillende getuigen werden ondertekend, blijkt echter dat deze plaatsing correct gebeurde zonder agressie van beambten. De klacht tegen de vermeende mishandeling is niet gegrond.
Klager dient verder klacht in tegen de medische beslissingen bij deze plaatsing. Deze zijn echter de bevoegdheid van de arts. Uit de rapporten blijkt dat de directie de medische dienst heeft opgeroepen en gehoor heeft gegeven aan de vragen van klager naar zijn medicatie. Er is geen verzuim van de directie om te handelen. De klacht tegen de medische beslissingen is niet-ontvankelijk.
Na deze feiten werd een bijzondere veiligheidsmaatregel opgelegd ten aanzien van klager. De klachtencommissie is echter van oordeel dat geen BVM, maar wel een tuchtsanctie had moeten worden opgelegd gelet op artikel 111 van de Basiswet. De klachtencommissie meent bovendien dat de bijzondere veiligheidsmaatregel werd opgelegd als een verdoken tuchtsanctie. De klachtencommissie benadrukt dat de directeur niet zonder meer kan kiezen tussen de verschillende procedures voorzien in de Basiswet. De toepassing van een bepaalde procedure moet gebaseerd zijn op de wettelijke voorwaarden daarvoor. De klacht tegen de bijzondere veiligheidsmaatregel is gegrond.
Tijdens een celmutatie weigerde klager mee te werken, waarop een voorlopige maatregel tot plaatsing in de beveiligde cel werd genomen. De feiten kunnen gezien worden als een ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid overeenkomstig artikel 145 van de Basiswet. De klacht tegen de voorlopige maatregel is ongegrond.
Klager stelt dat hij tijdens deze plaatsing werd mishandeld door het personeel van de gevangenis. Gelet op het feit dat deze plaatsing de uitvoering van een beslissing van de directie betreft, is de klacht ontvankelijk. Uit verschillende RAD's die door verschillende getuigen werden ondertekend, blijkt echter dat deze plaatsing correct gebeurde zonder agressie van beambten. De klacht tegen de vermeende mishandeling is niet gegrond.
Klager dient verder klacht in tegen de medische beslissingen bij deze plaatsing. Deze zijn echter de bevoegdheid van de arts. Uit de rapporten blijkt dat de directie de medische dienst heeft opgeroepen en gehoor heeft gegeven aan de vragen van klager naar zijn medicatie. Er is geen verzuim van de directie om te handelen. De klacht tegen de medische beslissingen is niet-ontvankelijk.
Na deze feiten werd een bijzondere veiligheidsmaatregel opgelegd ten aanzien van klager. De klachtencommissie is echter van oordeel dat geen BVM, maar wel een tuchtsanctie had moeten worden opgelegd gelet op artikel 111 van de Basiswet. De klachtencommissie meent bovendien dat de bijzondere veiligheidsmaatregel werd opgelegd als een verdoken tuchtsanctie. De klachtencommissie benadrukt dat de directeur niet zonder meer kan kiezen tussen de verschillende procedures voorzien in de Basiswet. De toepassing van een bepaalde procedure moet gebaseerd zijn op de wettelijke voorwaarden daarvoor. De klacht tegen de bijzondere veiligheidsmaatregel is gegrond.