Ga verder naar de inhoud

KC02/23-0078

Fondée KC - Antwerpen Commission des plaintes Autre décision directeur
CELMUTATIE

De klacht gaat over een beslissing waarbij klager als grondslaper in een meerpersoonscel werd geplaatst. Klager heeft een kleine week op de grond moeten slapen. Klager sliep met zes andere personen op een cel die oorspronkelijk bedoeld is voor vier personen. De oppervlakte van de cel bedraagt 22,28 m2. Er zou een extra, zevende, persoon op deze cel komen. Klager heeft te kennen gegeven dat hij niet wenste dat er een zevende persoon op de cel zou komen. Daarop is klager verplaatst naar een tweepersoonscel. Op deze cel zaten echter al twee personen. Daarom moest klager op een matras op de grond slapen. Klager heeft een kleine week op de grond moeten slapen alvorens een celgenoot verhuisde en hij met twee personen op de cel zat.

Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens verduidelijkte dat er een sterk vermoeden is dat de opsluiting strijdig is met het verbod op onmenselijke behandeling, wanneer een gedetineerde beschikt over minder dan 3m² per gedetineerde in een meerpersoonscel. Naar analogie met het Europees Comité ter Preventie van Foltering, stelt het EHRM dat sanitaire voorzieningen niet mogen meegerekend worden in de totale oppervlakte van de cel. Klager stelt dat het toilet in de cel wel kan worden afgescheiden van de rest van de cel. De sanitaire voorziening is echter inbegrepen in de oppervlakte van de cel. Wanneer de ruimte voor sanitaire voorzieningen wordt afgetrokken van de oppervlakte en wanneer klager met zeven personen op de vierpersoonscel zat en met drie personen op de tweepersoonscel, beschikt elk van de op de cel aanwezige gedetineerden over minder dan 3 m² per persoon. Het vermoeden van strijdigheid met het verbod op onmenselijke behandeling wordt met andere woorden niet weerlegd. De situatie waarin klager verbleef was in strijd met artikel 3 van het EVRM. De klacht is gegrond.