KC02/23-0037
Fondée
Irrecevable
KC - Antwerpen
Commission des plaintes
Disciplinaire
Fouille à corps
FOUILLE OP HET LICHAAM - VORM - TUCHT - KWALIFICATIE
De klachtencommissie is bevoegd om klachten over beslissingen genomen door of namens de directeur ten aanzien van klager, te behandelen. Een fouille op het lichaam die werd bevolen door de directeur is zo’n beslissing. Maar de klacht moet bovendien tijdig worden ingediend en nauwkeurig omschreven zijn. Klager vermeldt in zijn klacht niet wanneer de naaktfouille plaatsvond, noch vermeldt hij concrete aanwijzingen. Bij gebreke aan een precieze opgave van de bestreden beslissing, is de klacht onontvankelijk.
Uit de motivering van de tuchtbeslissing en het verweer van de directie blijkt duidelijk dat de directie voor het bewezen achten van de feiten, zich heeft gesteund op een RAD. Tijdens de uitvoering van een celcontrole werden klager en zijn celgenoot in de douche gezet. De opsteller van het RAD beschrijft hoe klager en zijn celgenoot de controle aan het verstoren waren door te roepen en te kloppen op het winket van de douche. Opsteller en zijn collega stelden ook vast dat de cel enorm vuil was. De klachtencommissie stelt vast dat klager werd gesanctioneerd voor het beledigen van personen en het niet of onvoldoende rein houden van de verblijfsruimte. Desondanks klager dit tijdens de zitting ontkende, is de klachtencommissie van oordeel dat de directie in redelijkheid en billijkheid de tuchtrechtelijke inbreuk van het niet of onvoldoende rein houden van de cel kon bewezen verklaren op basis van de vaststellingen van de twee personeelsleden in het RAD. De klachtencommissie is echter van oordeel dat de directeur het beledigen van personen niet kon weerhouden op basis van de vaststellingen in het RAD. Zowel in het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting als in de motivering van de tuchtbeslissing wordt vermeld dat klager en zijn celgenoot een chef zouden hebben uitgescholden. In het RAD wordt nochtans enkel melding gemaakt van roepen en kloppen op het winket van de douche. Dat het RAD op naam van de celgenoot van klager wel vaststellingen inzake beledigingen bevat, doet hieraan geen afbreuk aangezien er geen redenen zijn om aan te nemen dat klager in kennis werd gesteld van het RAD dat werd opgemaakt op naam van zijn celgenoot. Om deze redenen is de klacht gedeeltelijk gegrond. De klachtencommissie vernietigt de tuchtbeslissing in zoverre de feiten gekwalificeerd worden als het beledigen van personen. Deze gedeeltelijke vernietiging heeft weliswaar geen invloed op de wettelijk toegestane maximum sanctie. Voor een tuchtinbreuk van tweede categorie kan maximaal vijftien dagen ATV opgelegd worden zodat de tuchtsanctie van vijf dagen ATV wettig was. De klachtencommissie is bovendien van oordeel dat de sanctie ook niet onredelijk of onbillijk was aangezien de directeur de toelating gaf voor deelname aan gemeenschappelijke zorgactiviteiten.
De klachtencommissie is bevoegd om klachten over beslissingen genomen door of namens de directeur ten aanzien van klager, te behandelen. Een fouille op het lichaam die werd bevolen door de directeur is zo’n beslissing. Maar de klacht moet bovendien tijdig worden ingediend en nauwkeurig omschreven zijn. Klager vermeldt in zijn klacht niet wanneer de naaktfouille plaatsvond, noch vermeldt hij concrete aanwijzingen. Bij gebreke aan een precieze opgave van de bestreden beslissing, is de klacht onontvankelijk.
Uit de motivering van de tuchtbeslissing en het verweer van de directie blijkt duidelijk dat de directie voor het bewezen achten van de feiten, zich heeft gesteund op een RAD. Tijdens de uitvoering van een celcontrole werden klager en zijn celgenoot in de douche gezet. De opsteller van het RAD beschrijft hoe klager en zijn celgenoot de controle aan het verstoren waren door te roepen en te kloppen op het winket van de douche. Opsteller en zijn collega stelden ook vast dat de cel enorm vuil was. De klachtencommissie stelt vast dat klager werd gesanctioneerd voor het beledigen van personen en het niet of onvoldoende rein houden van de verblijfsruimte. Desondanks klager dit tijdens de zitting ontkende, is de klachtencommissie van oordeel dat de directie in redelijkheid en billijkheid de tuchtrechtelijke inbreuk van het niet of onvoldoende rein houden van de cel kon bewezen verklaren op basis van de vaststellingen van de twee personeelsleden in het RAD. De klachtencommissie is echter van oordeel dat de directeur het beledigen van personen niet kon weerhouden op basis van de vaststellingen in het RAD. Zowel in het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting als in de motivering van de tuchtbeslissing wordt vermeld dat klager en zijn celgenoot een chef zouden hebben uitgescholden. In het RAD wordt nochtans enkel melding gemaakt van roepen en kloppen op het winket van de douche. Dat het RAD op naam van de celgenoot van klager wel vaststellingen inzake beledigingen bevat, doet hieraan geen afbreuk aangezien er geen redenen zijn om aan te nemen dat klager in kennis werd gesteld van het RAD dat werd opgemaakt op naam van zijn celgenoot. Om deze redenen is de klacht gedeeltelijk gegrond. De klachtencommissie vernietigt de tuchtbeslissing in zoverre de feiten gekwalificeerd worden als het beledigen van personen. Deze gedeeltelijke vernietiging heeft weliswaar geen invloed op de wettelijk toegestane maximum sanctie. Voor een tuchtinbreuk van tweede categorie kan maximaal vijftien dagen ATV opgelegd worden zodat de tuchtsanctie van vijf dagen ATV wettig was. De klachtencommissie is bovendien van oordeel dat de sanctie ook niet onredelijk of onbillijk was aangezien de directeur de toelating gaf voor deelname aan gemeenschappelijke zorgactiviteiten.