Ga verder naar de inhoud

KC02/22-0106

Non fondée KC - Antwerpen Commission des plaintes Mesure provisoire
VOORLOPIGE MAATREGEL - MOTIVERING

Klager dient een klacht in tegen een voorlopige maatregel en tegen een tuchtbeslissing van dezelfde datum. Eerder had klager een conflict met een personeelslid. Later is dit personeelslid opnieuw komen werken. De dochter van het personeelslid zou klager afrekenen voor hetgeen vroeger gebeurd is. Er wordt beweerd dat klager bepaalde dingen heeft gezegd maar dat klopt niet. Hierdoor heeft klager een maatregel gekregen waardoor hij niet kan gaan werken, niet naar activiteiten mag gaan en niet mag gaan wandelen. Klager heeft het hierdoor zeer moeilijk.

Op het moment dat klager zijn klacht heeft ingediend, was er nog geen tuchtbeslissing genomen zodat de klacht enkel gericht kan zijn tegen de voorlopige maatregel. Volgens de beslissing was er sprake van een ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid door het uiten van bedreigingen ten aanzien van het personeel. Klager werd uitgesloten van de deelname aan bepaalde gemeenschappelijke of individuele activiteiten. De klachtencommissie is van oordeel dat in de beslissing niet gemotiveerd is waarom de interne veiligheid opzettelijk en ernstig was aangetast. Klager had “slechts” bedreigingen geuit en niet rechtstreeks tegen het betrokken personeelslid. Volgens de klachtencommissie was er hoogstens sprake van een gevaar voor de orde of de veiligheid. Echter, in dat geval zijn de bijzondere veiligheidsmaatregelen beperkt. In casu werd echter een minder ingrijpende bijzondere veiligheidsmaatregel opgelegd dan mogelijk was volgens de beslissing waardoor klager niet ongerechtvaardigd in zijn belangen is geschonden. De klacht is ongegrond.