Ga verder naar de inhoud

KC02/22-0105

Fondée KC - Antwerpen Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT - VERBODEN VOORWERPEN - VERBODEN SUBSTANTIES - VERMOEDEN VAN ONSCHULD

Klager dient een klacht in tegen de tuchtbeslissing. Er werd op de cel van klager een gsm gevonden naar aanleiding van een celcontrole. Klager zat op dat moment met nog twee andere gedetineerden op cel. Na de celcontrole is één van de celgenoten plots verhuisd. Klager ontkent dat de gsm van hem was en wijst de gedetineerde die plots verhuisde aan als eigenaar van de gsm. Klager heeft dit ook zo verklaard op de tuchthoorzitting. Klager heeft bovendien gevraagd om de gsm uit te lezen teneinde zijn onschuld te bewijzen. Klager verklaart dat hij veel belt met de telefoon van de gevangenis, gegevens die men kan controleren. Klager heeft toch een tuchtsanctie gekregen.

Er heeft een celcontrole plaatsgevonden naar aanleiding van verklaringen van de vertrekkende celgenoot dat er in de cel verboden voorwerpen aanwezig waren. De directie achtte de inbreuken bewezen omdat zij meent dat de verklaringen van klager ongeloofwaardig zijn. Voor de directie is het ongeloofwaardig dat een gedetineerde van cel zou verhuizen zonder zijn gsm en drugs mee te nemen, voorwerpen die een zekere waarde hebben in de gevangenis. Deze gedetineerde zou een celmutatie hebben gevraagd omdat hij onder druk werd gezet door zijn celgenoten om de inbreuken op zich te nemen (hetgeen eerder al was gebeurd). Bovendien werden in het verleden al verschillende keren verboden voorwerpen gevonden op de cel van klager en steeds verklaart klager van niets te weten en zet hij zijn celgenoten onder druk om te bekennen.

De klachtencommissie meent dat de feitenvinding in dit dossier onzorgvuldig is gebeurd. Men acht de inbreuken bewezen en men sanctioneert klager enkel omdat de directie meent dat de verklaringen van klager ongeloofwaardig zijn. Klager heeft verklaard op de tuchthoorzitting dat hij heel veel gebruik maakt van de telefoon van de gevangenis en heeft onder meer de vraag gesteld om zijn belgeschiedenis te controleren. Hoewel de directie in gelijkaardige dossiers wel dergelijk onderzoek verricht, heeft men dit in casu niet gedaan of alleszins niet bijgebracht in het tuchtdossier op het ogenblik dat men overging tot beoordeling van de eventuele tuchtsanctie. Dit was nochtans een manier om de geloofwaardigheid van klager te controleren. De klachtencommissie stelt vast dat de belgeschiedenis van klager inderdaad meerdere oproepen per dag vertoont, zowel voor als na de celcontrole. Bovendien werden de tuchtinbreuken niet individueel toegerekend, hetgeen blijkt uit het feit dat zowel klager als zijn celgenoot werden gesanctioneerd voor het bezit van de gsm en de verdovende middelen. Om deze redenen is de klacht gegrond.