KC02/22-0088
Fondée
KC - Antwerpen
Commission des plaintes
Mesure provisoire
VOORLOPIGE MAATREGEL - MOTIVERING - HANDTEKENING
Het opleggen van een voorlopige maatregel is geregeld in de Basiswet. In geval van ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid of indien door het aanzetten of voeren van collectieve acties de veiligheid in de gevangenis ernstig in gevaar wordt gebracht, kan de directeur, in afwachting van de tuchtprocedure voorlopige maatregelen nemen en daartoe bijzondere veiligheidsmaatregelen opleggen. Enkel in die situaties voorziet de Basiswet het verplicht verblijf in de aan de gedetineerde toegewezen verblijfsruimte.
In de beslissing is ten eerste niet aangekruist welke situatie van toepassing is: de ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid of het aanzetten of voeren van collectieve acties. De klachtencommissie is bovendien van oordeel dat de beslissing niet motiveert in welke zin de interne veiligheid ernstig zou zijn aangetast door de vondst van een gsm. Op het moment dat de voorlopige maatregel werd opgelegd, waren de gsm en de oplader immers al gevonden. Bijgevolg was er geen enkel risico meer voor de veiligheid. De klachtencommissie stelt zich ook vragen bij de effectiviteit van de opgelegde maatregel. Klager heeft de inbreuk gepleegd terwijl hij op cel zat. Verplicht verblijf in de toegewezen cel zal bijgevolg niet verhinderen dat klager nieuwe inbreuken pleegt.
De beslissing is gebrekkig om een derde reden. Nergens in de beslissing staat de naam van het directielid vermeld dat de beslissing heeft genomen. Bijgevolg kan de klachtencommissie niet verifiëren of de directie de beslissing heeft genomen. Nochtans kan enkel een directeur een voorlopige maatregel nemen, behoudens welbepaalde uitzonderingen die in dit geval niet werden aangetoond of gemotiveerd. Tot slot bevat de beslissing ook geen handtekening van klager als bewijs dat de beslissing aan hem werd betekend, noch werd aangeduid dat klager weigerde te tekenen.
Indien een gedetineerde het voorwerp uitmaakt van een voorlopige maatregel, wordt hij gehoord binnen de 72 uur. Klager werd uitgenodigd voor een tuchthoorzitting binnen de 72 uur maar de tuchthoorzitting is niet doorgegaan omdat klager op uitgang vertrok en werd overgeplaatst naar de gevangenis van Beveren. De directie van de gevangenis van Beveren wenste bovendien de tuchtprocedure niet verder te zetten waardoor het dossier werd afgesloten zonder gevolg.
Een voorlopige maatregel wordt opgelegd in afwachting van een tuchtprocedure. Van zodra blijkt dat er geen tuchtprocedure wordt opgestart of dat de tuchtprocedure niet wordt verder gezet, dient de voorlopige maatregel meteen te worden beëindigd en moet dit schriftelijk aan de gedetineerde worden meegedeeld. Dit is niet gebeurd.
De klachtencommissie besluit dat de beslissing tot het opleggen van een voorlopige maatregel niet wettelijk is. De klacht is gegrond.
Het opleggen van een voorlopige maatregel is geregeld in de Basiswet. In geval van ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid of indien door het aanzetten of voeren van collectieve acties de veiligheid in de gevangenis ernstig in gevaar wordt gebracht, kan de directeur, in afwachting van de tuchtprocedure voorlopige maatregelen nemen en daartoe bijzondere veiligheidsmaatregelen opleggen. Enkel in die situaties voorziet de Basiswet het verplicht verblijf in de aan de gedetineerde toegewezen verblijfsruimte.
In de beslissing is ten eerste niet aangekruist welke situatie van toepassing is: de ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid of het aanzetten of voeren van collectieve acties. De klachtencommissie is bovendien van oordeel dat de beslissing niet motiveert in welke zin de interne veiligheid ernstig zou zijn aangetast door de vondst van een gsm. Op het moment dat de voorlopige maatregel werd opgelegd, waren de gsm en de oplader immers al gevonden. Bijgevolg was er geen enkel risico meer voor de veiligheid. De klachtencommissie stelt zich ook vragen bij de effectiviteit van de opgelegde maatregel. Klager heeft de inbreuk gepleegd terwijl hij op cel zat. Verplicht verblijf in de toegewezen cel zal bijgevolg niet verhinderen dat klager nieuwe inbreuken pleegt.
De beslissing is gebrekkig om een derde reden. Nergens in de beslissing staat de naam van het directielid vermeld dat de beslissing heeft genomen. Bijgevolg kan de klachtencommissie niet verifiëren of de directie de beslissing heeft genomen. Nochtans kan enkel een directeur een voorlopige maatregel nemen, behoudens welbepaalde uitzonderingen die in dit geval niet werden aangetoond of gemotiveerd. Tot slot bevat de beslissing ook geen handtekening van klager als bewijs dat de beslissing aan hem werd betekend, noch werd aangeduid dat klager weigerde te tekenen.
Indien een gedetineerde het voorwerp uitmaakt van een voorlopige maatregel, wordt hij gehoord binnen de 72 uur. Klager werd uitgenodigd voor een tuchthoorzitting binnen de 72 uur maar de tuchthoorzitting is niet doorgegaan omdat klager op uitgang vertrok en werd overgeplaatst naar de gevangenis van Beveren. De directie van de gevangenis van Beveren wenste bovendien de tuchtprocedure niet verder te zetten waardoor het dossier werd afgesloten zonder gevolg.
Een voorlopige maatregel wordt opgelegd in afwachting van een tuchtprocedure. Van zodra blijkt dat er geen tuchtprocedure wordt opgestart of dat de tuchtprocedure niet wordt verder gezet, dient de voorlopige maatregel meteen te worden beëindigd en moet dit schriftelijk aan de gedetineerde worden meegedeeld. Dit is niet gebeurd.
De klachtencommissie besluit dat de beslissing tot het opleggen van een voorlopige maatregel niet wettelijk is. De klacht is gegrond.