Ga verder naar de inhoud

KC02/22-0056

Fondée KC - Antwerpen Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT - VERBODEN SUBSTANTIES - RECHT OP TEGENSPRAAK

Er werd een RAD opgemaakt door opsteller die toezicht hield op de wandeling. Op de camerabeelden was duidelijk te zien hoe klager een overgegooid pakket opraapte en een gsm en verschillende substanties tevoorschijn kwam uit het pakket. Klager werd in kennis gesteld dat hij zou gehoord worden over het bezit of gebruik van technologische middelen die onregelmatige communicatie met de buitenwereld mogelijk maken. Op basis van het verslag van de tuchthoorzitting, kan de klachtencommissie vaststellen dat klager enkel werd gehoord over de gsm. Op geen enkel moment werd klager op de zitting geconfronteerd met de vaststelling dat er verboden substanties in het pakket zaten. Vervolgens werd klager in de tuchtbeslissing wel gesanctioneerd voor beide inbreuken.

De klachtencommissie is van oordeel dat de rechten van verdediging van klager werden geschonden. Het algemeen rechtsbeginsel van het recht van verdediging geldt ook in tuchtzaken en houdt in dat een tuchtsanctie pas kan worden opgelegd nadat de gedetineerde de gelegenheid heeft gekregen zich nuttig te verdedigen ten aanzien van de tegen hem ingebrachte beschuldigingen. De rechten van verdediging van een gedetineerde zijn geschonden, indien blijkt dat hij geen tegenspraak heeft kunnen voeren over gegevens die van essentieel belang konden zijn voor de beoordeling van de tenlastelegging en de geloofwaardigheid van zijn verweer. Klager werd nooit in kennis gesteld dat hij werd beschuldigd van het bezit van verboden substanties. Klager werd bovendien nooit gehoord over deze inbreuk waardoor hij zich ook niet heeft kunnen verdedigen hoewel uit zijn klacht blijkt dat hij dit wou doen.

De klachtencommissie vernietigt om deze reden het deel van de tuchtbeslissing dat verwijst naar de inbreuk van bezit van of handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties. De klachtencommissie oordeelt dat de opgelegde sanctie van 15 dagen ATV, gelet op de overige inbreuk die klager heeft toegegeven, ook na het schrappen van de inbreuk van het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties de toets van de redelijkheid en billijkheid doorstaat en dus overeind kan blijven. De klacht is gedeeltelijk gegrond.