Ga verder naar de inhoud

KC02/22-0040

Fondée KC - Antwerpen Commission des plaintes Mesure de sécurité particulière
VOORLOPIGE MAATREGEL - BIJZONDERE VEILIGHEIDSMAATREGEL - GEÏNTERNEERDE

Er werd een rapport aan de directeur (RAD) opgemaakt omwille van fysieke problemen. De directeur besliste om, in afwachting van de tuchtprocedure, een voorlopige maatregel (VM) op te leggen omwille van de ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid. Klager werd overgebracht naar de beveiligde cel. De dag nadien besliste de directeur dat klager mocht terugkeren naar zijn cel, dat de VM werd beëindigd en dat er geen tuchtprocedure werd opgestart. Klager werd daarnaast in kennis gesteld dat hij ging gehoord worden in het kader van het opleggen van een bijzondere veiligheidsmaatregel (BVM). Gelet op het interneringsstatuut van klager, werd zijn raadsman opgeroepen om aanwezig te zijn. Er werd een BVM opgelegd. Nochtans stelt de Basiswet dat wanneer de feiten die aanleiding kunnen geven tot een bijzondere veiligheidsmaatregel eveneens het karakter hebben van een tuchtrechtelijke inbreuk, enkel de tuchtprocedure wordt opgestart.

Er bestaat geen twijfel over dat de feiten het karakter hebben van een tuchtrechtelijke inbreuk. De klachtencommissie is van oordeel dat de keuze tussen tucht of BVM dient af te hangen van de doelstelling die men beoogt en van het feit of er aan de toepassingsvoorwaarden voldaan is. Een BVM beoogt op eerder preventieve wijze mogelijke problemen voor de orde te verhelpen. Een tuchtsanctie is bestraffend bedoeld en volgt steeds nadat bepaalde feiten zich hebben voorgedaan. De BVM lijkt eerder te zijn opgelegd specifiek omwille van het incident, waardoor ze eerder bestraffend lijkt te zijn aangewend. Dit wordt alleen meer bevestigd in de motivering van de beslissing tot BVM en het verslag van horen. De klachtencommissie heeft begrip voor de uitleg van de directeur dat er snel en de-escalerend moet worden opgetreden maar het risico voor de veiligheid kon perfect ondervangen worden door de verderzetting van de voorlopige maatregel en aansluitend door het opleggen van een tuchtsanctie. De klachtencommissie is van oordeel dat de BVM een verdoken tuchtsanctie was in strijd met de Basiswet. De klacht is gegrond.