Ga verder naar de inhoud

KC02/22-0031

Non fondée KC - Antwerpen Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT - ZORGVULDIGHEIDSPLICHT - BEWIJS

Klager dient een klacht in tegen een tuchtbeslissing. Klager betwist de inhoud van het rapport en het meldingsverslag en verklaart dat de opstellers liegen.

De directie oordeelt over het bewezen zijn van de feiten en dus over de vraag of de haar voorgelegde gegevens volstaan om de ten laste gelegde feiten voor bewezen te houden.   De gedetineerde kan enkel schuldig worden verklaard voor de tuchtrechtelijke inbreuk wanneer de directeur de feiten bewezen acht én de daarvoor ter verantwoording geroepen gedetineerde daaraan schuldig acht. In de tuchtprocedure tegen een gedetineerde speelt een RAD een belangrijke rol.  Een directeur mag in de motivering van zijn beslissing verwijzen naar een  voldoende duidelijk  RAD en op basis daarvan een tuchtsanctie opleggen.

De Klachtencommissie  ziet geen reden  waarom  de directie zich bij het nemen van de bestreden beslissing niet  had  mogen  steunen op het RAD en het meldingsverslag.  De  directie  kon de feiten, zoals die duidelijk en uitdrukkelijk in het RAD en het meldingsverslag werden beschreven, voor waar en als voldoende aannemen. Bovendien waren er 3 getuigen van de feiten en heeft de directeur op vraag van klager nog een ploegchef bevraagd, die het RAD volledig bevestigde. De Klachtencommissie besluit dat de directie in redelijkheid en billijkheid kon besluiten tot het bewezen zijn van de tuchtinbreuk. De opgelegde tuchtsanctie is wettelijk en billijk.

De klacht is ongegrond.