Ga verder naar de inhoud

KC02/22-0022

Fondée KC - Antwerpen Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT - VERBODEN VOORWERPEN - RECHT VAN VERDEDIGING - SCHORSING - MOTIVERING

Klager dient een klacht in tegen de tuchtbeslissing waarbij hij 30 dagen ATV kreeg opgelegd voor het bezit van gsm's en het beledigen van personeel. De Klachtencommissie schorste de tuchtbeslissing.
De directie geeft op de zitting toe dat de beslissing tot het opleggen van een voorlopige maatregel niet werd overgemaakt voor betekening.

De mededeling aan de gedetineerde inzake de tuchtprocedure vermeldt als ten laste gelegde feiten: “gsm’s op cel” en verwijst slechts naar één rapport. Wanneer klager een keuze moet maken of hij al dan niet bijstand wenst van een advocaat, moet hij nochtans in kennis worden gesteld van alle ten laste gelegde feiten en alle rapporten want klager werd wel gehoord over de drie opgestelde rapporten. Klager heeft bijgevolg zijn recht van verdediging niet correct kunnen uitvoeren.

De directeur beslist tot 30 dagen afzondering in de aan de gedetineerde toegewezen verblijfsruimte en dit voor de tuchtinbreuk van de eerste categorie, het bezit of gebruik van technologische middelen. Nergens in de beslissing wordt melding gemaakt van de inbreuk het beledigen van het personeel. Bijgevolg lijkt klager in de tuchtbeslissing formeel enkel gesanctioneerd voor het bezit van gsm’s en niet voor het beledigen van personeel. Nochtans werd klager hier wel over gehoord en heeft de directie bij het opleggen van haar sanctie duidelijk rekening gehouden met beide inbreuken. Er wordt door de directie dus niet gemotiveerd waarom zij meent dat klager zich schuldig heeft gemaakt aan deze tuchtinbreuk. De directie heeft bijgevolg niet voldaan aan haar motiveringsplicht, waardoor de tuchtbeslissing onwettig is.

De klacht is gegrond.