KC02/22-0002
Non fondée
KC - Antwerpen
Commission des plaintes
Mesure provisoire
VOORLOPIGE MAATREGEL
De voorlopige maatregel is gebaseerd op het rapport dat stelt dat klager verbaal agressief heeft gereageerd tegen personeelsleden op het moment dat er een derde persoon op de cel werd geplaatst. Er is geen naam van een directeur vermeld op de voorlopige maatregel. Daardoor is het niet duidelijk door wie de maatregel op welk moment genomen is. De Klachtencommissie benadrukt het belang van de vermelding van de naam bij de handtekening, omdat de gedetineerde enkel op die manier kan nagaan door wie de beslissing is ondertekend. De directeur kon in dit geval een voorlopige maatregel opleggen. De directie wilde de maatregel van 15 december 2021 niet langer laten duren dan noodzakelijk, waardoor de maatregel daags nadien reeds werd opgeheven toen bleek dat klager de derde persoon op zijn cel aanvaardde. Hieruit blijkt dat de voorlopige maatregel niet is opgelegd om onmiddellijk te bestraffen en niet langer heeft geduurd dan strikt noodzakelijk. De directie heeft eveneens beslist om geen tuchtsanctie op te leggen. De Klachtencommissie beveelt aan dat dit schriftelijk in een beslissing wordt genoteerd. Het standaardformulier voor een tuchtbeslissing voorziet immers de optie “Er wordt geen tuchtsanctie uitgesproken” om aan te kruisen. Dit komt de rechtszekerheid van klager ten goede. De voorlopige maatregel is wettelijk, redelijk en billijk. De klacht is ongegrond.
De voorlopige maatregel is gebaseerd op het rapport dat stelt dat klager verbaal agressief heeft gereageerd tegen personeelsleden op het moment dat er een derde persoon op de cel werd geplaatst. Er is geen naam van een directeur vermeld op de voorlopige maatregel. Daardoor is het niet duidelijk door wie de maatregel op welk moment genomen is. De Klachtencommissie benadrukt het belang van de vermelding van de naam bij de handtekening, omdat de gedetineerde enkel op die manier kan nagaan door wie de beslissing is ondertekend. De directeur kon in dit geval een voorlopige maatregel opleggen. De directie wilde de maatregel van 15 december 2021 niet langer laten duren dan noodzakelijk, waardoor de maatregel daags nadien reeds werd opgeheven toen bleek dat klager de derde persoon op zijn cel aanvaardde. Hieruit blijkt dat de voorlopige maatregel niet is opgelegd om onmiddellijk te bestraffen en niet langer heeft geduurd dan strikt noodzakelijk. De directie heeft eveneens beslist om geen tuchtsanctie op te leggen. De Klachtencommissie beveelt aan dat dit schriftelijk in een beslissing wordt genoteerd. Het standaardformulier voor een tuchtbeslissing voorziet immers de optie “Er wordt geen tuchtsanctie uitgesproken” om aan te kruisen. Dit komt de rechtszekerheid van klager ten goede. De voorlopige maatregel is wettelijk, redelijk en billijk. De klacht is ongegrond.