Ga verder naar de inhoud

KC02/21-0104

Fondée KC - Antwerpen Commission des plaintes Mesure de sécurité particulière
BIJZONDERE VEILIGHEIDSMAATREGEL - GEÏNTERNEERDE - BIJSTAND ADVOCAAT - TUCHTPROCEDURE

De directie heeft een voorlopige maatregel opgelegd waarbij zij verwijst naar artikel 145 van de Basiswet. Een VM wordt opgelegd voorafgaand aan een tuchtprocedure. In haar motivering tot BVM blijkt niet waarom de directie een BVM gepaster vond dan een tuchtprocedure. De Klachtencommissie ziet in dit geval geen reden waarom er geen tuchtprocedure kon plaatsvinden, gezien de directie klager verantwoordelijk acht voor zijn gestelde gedrag. De Klachtencommissie meent dat de directie enkel een tuchtprocedure had mogen instellen.

In het geval waarin vaststaat dat een gedetineerde een bijzondere psychische kwetsbaarheid heeft, moest de directie klager zoals een geïnterneerde behandelen. De Klachtencommissie concludeert dat, gelet op de specifieke kwetsbaarheid van geïnterneerde personen, de bijstand van een advocaat van essentieel belang is in procedures die kunnen leiden tot bijzondere veiligheidsmaatregelen, gezien deze maatregelen ten minste even restrictief (kunnen) zijn als de meeste tuchtrechtelijke sancties, en die de basisrechten van de betrokken personen tevens ernstig kunnen beperken. De Klachtencommissie is van mening dat klager recht had op bijstand van een advocaat tijdens de hoorzitting in het kader van het opleggen van een bijzondere veiligheidsmaatregel.