BC/26-0244
Irrecevable
Beroepscommissie
Commission d'Appel
Appel partiel sur une décision de Commission des plaintes
KLACHTENPROCEDURE
Klager heeft beroep ingediend tegen de beslissing van de klachtencommissie waarbij zijn klacht tegen een tuchtbeslissing ontvankelijk, maar ongegrond werd verklaard. Klager hekelt dat hij, door zijn overplaatsing, de zitting van de klachtencommissie niet kon bijwonen. De beroepscommissie stelt vast dat klager wel werd vertegenwoordigd door zijn advocaat op de zitting. Hoewel vertegenwoordiging door een advocaat op zitting niet nadrukkelijk wordt voorzien in artikel 154 Basiswet, ziet de beroepscommissie er geen graten in. De vertegenwoordiging door een advocaat zorgt ervoor dat de rechten van verdediging van een – in dit dossier overgeplaatste – gedetineerde worden gerespecteerd. En hoewel de persoonlijke verschijning van een gedetineerde op een zitting van de klachtencommissie steeds verkieslijk is, kan uit de Basiswet geen verplichting tot persoonlijke verschijning worden afgeleid. Het mandaat ad litem van de op de zitting aanwezige advocaat kon worden vermoed. Een bijzondere lastgeving wordt immers niet vereist door de Basiswet. Voor het overige voert klager in zijn beroepschrift geen enkele (inhoudelijke) reden aan waarom hij het oneens is met de beslissing van de klachtencommissie over zijn initiële klacht. Het beroep is niet-ontvankelijk.
Klager heeft beroep ingediend tegen de beslissing van de klachtencommissie waarbij zijn klacht tegen een tuchtbeslissing ontvankelijk, maar ongegrond werd verklaard. Klager hekelt dat hij, door zijn overplaatsing, de zitting van de klachtencommissie niet kon bijwonen. De beroepscommissie stelt vast dat klager wel werd vertegenwoordigd door zijn advocaat op de zitting. Hoewel vertegenwoordiging door een advocaat op zitting niet nadrukkelijk wordt voorzien in artikel 154 Basiswet, ziet de beroepscommissie er geen graten in. De vertegenwoordiging door een advocaat zorgt ervoor dat de rechten van verdediging van een – in dit dossier overgeplaatste – gedetineerde worden gerespecteerd. En hoewel de persoonlijke verschijning van een gedetineerde op een zitting van de klachtencommissie steeds verkieslijk is, kan uit de Basiswet geen verplichting tot persoonlijke verschijning worden afgeleid. Het mandaat ad litem van de op de zitting aanwezige advocaat kon worden vermoed. Een bijzondere lastgeving wordt immers niet vereist door de Basiswet. Voor het overige voert klager in zijn beroepschrift geen enkele (inhoudelijke) reden aan waarom hij het oneens is met de beslissing van de klachtencommissie over zijn initiële klacht. Het beroep is niet-ontvankelijk.