Ga verder naar de inhoud

BC/26-0159

Fondée Beroepscommissie Commission d'Appel Autre décision directeur
BEZOEK

Het inrichtingshoofd heeft beroep ingediend tegen de beslissing van de klachtencommissie waarbij klagers klacht over het annuleren van een gereserveerd glasbezoek (hij stond onder ATV) ontvankelijk en gegrond werd verklaard. De beroepscommissie stelt vast dat klager in de week van 15 – 21 december 2025 door een vergissing van het planton (er waren te veel reservaties aanvaard) maar drie glasbezoeken in plaats van vier heeft gehad. Klager heeft diezelfde week nog een kinderbezoek gehad. Klager, die het statuut heeft van veroordeelde, heeft in die week dus het in de Basiswet voorziene minimale aantal wekelijkse bezoeken ontvangen. Gelet op de ruimhartige bezoekmogelijkheden die in het algemeen binnen Leuven Centraal bestaan – en waar dus ook klager kan van genieten – vindt de beroepscommissie deze ene annulering en het niet voorzien in een alternatief door het planton niet onwettig, onredelijk of onbillijk. De initiële klacht was dus ontvankelijk, maar niet gegrond. De beroepscommissie stelt wel de deloyale proceshouding van de directie aan de kaak. Deze houding heeft er bijvoorbeeld voor gezorgd dat de klachtencommissie over onvoldoende informatie beschikte en zij zich dus op basis van de beperkte informatie een oordeel moest vormen. Het is begrijpelijk dat de klachtencommissie op basis van die beperkte informatie de klacht gegrond heeft verklaard. Slechts door de informatie uit het beroepschrift blijkt dat de initiële klacht eigenlijk niet gegrond was. Had de klachtencommissie reeds over deze informatie beschikt, dan was zij naar alle waarschijnlijkheid ook tot dit oordeel van ongegrondheid gekomen en had een beroepsprocedure kunnen worden vermeden. Het beroep is ontvankelijk en gegrond.