VOORLOPIGE MAATREGEL
Het inrichtingshoofd heeft beroep ingediend tegen de beslissing van de klachtencommissie waarbij klagers klacht tegen een voorlopige maatregel ontvankelijk en gegrond werd verklaard. De klachtencommissie wees erop dat in de voorlopige maatregel enkel maar werd verwezen naar het ‘waarnemen van een zware druggeur’ en feit dat een beambte klager ‘een zelfgerolde sigaret zag rollen waar hij een vermoedelijk verboden substantie in aan het doen was’. Op geen enkele manier werd gemotiveerd waarom deze vaststellingen een ernstige en opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit zouden uitmaken. De beroepscommissie kan zich hierbij aansluiten. Zij wijst er ook nog op dat het beroepschrift van het inrichtingshoofd niet nauwkeurig is opgesteld. Er kan uit het beroepschrift niet duidelijk worden ontwaard waarom het inrichtingshoofd het oneens is met het oordeel van de klachtencommissie en waarom er volgens haar wel sprake zou geweest zijn van een ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid die het opleggen van de voorlopige maatregel rechtvaardigde. Het beroep is ontvankelijk, maar niet gegrond.
Het inrichtingshoofd heeft beroep ingediend tegen de beslissing van de klachtencommissie waarbij klagers klacht tegen een voorlopige maatregel ontvankelijk en gegrond werd verklaard. De klachtencommissie wees erop dat in de voorlopige maatregel enkel maar werd verwezen naar het ‘waarnemen van een zware druggeur’ en feit dat een beambte klager ‘een zelfgerolde sigaret zag rollen waar hij een vermoedelijk verboden substantie in aan het doen was’. Op geen enkele manier werd gemotiveerd waarom deze vaststellingen een ernstige en opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit zouden uitmaken. De beroepscommissie kan zich hierbij aansluiten. Zij wijst er ook nog op dat het beroepschrift van het inrichtingshoofd niet nauwkeurig is opgesteld. Er kan uit het beroepschrift niet duidelijk worden ontwaard waarom het inrichtingshoofd het oneens is met het oordeel van de klachtencommissie en waarom er volgens haar wel sprake zou geweest zijn van een ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid die het opleggen van de voorlopige maatregel rechtvaardigde. Het beroep is ontvankelijk, maar niet gegrond.