Ga verder naar de inhoud

BC/26-0096

Non fondée Beroepscommissie Commission d'Appel
REGIME - STAKING - WANDELING - ONTVANKELIJKHEID - TEGEMOETKOMING

De beroepscommissie ontving op 19 maart 2026 een beroepschrift van het inrichtingshoofd. Het beroep is gericht tegen de beslissing van 17 maart 2025 van de klachtencommissie van Leuven-Centraal met als referentie KC16/26-0364, “in de mate dat de klacht tegen regime-beperkingen op een stakingsdag 25/11/2025 en 26/11/2025 ontvankelijk (en gegrond) werd bevonden”.
Vervolgens ontving de beroepscommissie op 20 maart 2026 een beroepschrift van klager, gericht tegen dezelfde uitspraak, doch enkel wat betreft de tegemoetkoming.

De beroepscommissie stelt vast dat de klachtencommissie de klacht in essentie ontvankelijk verklaarde, onder verwijzing naar de vaststaande rechtspraak van de Nederlandstalige beroepscommissie in gelijkaardige dossiers (BC/25-0153 tem- 0173 en BC/25-0198).Het inrichtingshoofd verwijt de klachtencommissie dan ook ten onrechte dat ze niet zou hebben gemotiveerd waarom zij zich niet aansluit bij het arrest van de Franstalige Raad van State van 26 september 2024, nu de beroepscommissie daar in deze uitspraken uitgebreid is op ingegaan.De Nederlandstalige Raad van State deed echter op heden nog geen uitspraak in het dossier, zodat de beroepscommissie thans integraal blijft verwijzen naar hetgeen zij heeft uiteengezet in haar eerdere principe uitspraken.In afwachting van de beslechting van dit rechtspunt door de Nederlandstalige Raad van State, verklaarde klachtencommissie de klacht dan ook terecht ontvankelijk onder verwijzing naar deze rechtspraak van de beroepscommissie.

Het beroep van het inrichtingshoofd is dan ook ongegrond.

Het beroep van klager met betrekking tot de tegemoetkoming is daarentegen wel gegrond. Hoewel de beroepscommissie begrijpt dat de klachtencommissie vanuit de bekommernis van rechtszekerheid en uniformiteit dezelfde tegemoetkoming oplegde voor meerdere gedetineerden, ontslaat dat haar niet om in te gaan op de concrete vraag van klager voor een hogere compensatie.Er is volgens de beroepscommissie voorts geen redelijke verklaring waarom de klachtencommissie opteert voor 15 minuten als standaard in plaats van 60 minuten, aangezien zoals klager aanvoert, inderdaad 60 minuten wandeling werden ontnomen.

De beroepscommissie verklaart het beroep dan ook gegrond en hervormt de tegemoetkoming naar een belkrediet van 120 minuten, hetgeen de beroepscommissie passend voorkomt rekening houdend met het feit dat klager 2 maal 60 minuten buitenlucht werd ontnomen.