Ga verder naar de inhoud

BC/26-0087

Fondée Beroepscommissie Commission d'Appel
STAKING - WANDELING - TEGEMOETKOMING

De beroepscommissie stelt vooreerst vast dat klager in zijn initiële klacht als tegemoetkoming inderdaad belminuten vorderde, maar zonder de specifiëren hoeveel minuten. Hij wees er wel op dat, nu hem geen gemeenschappelijke wandeling als compensatie kan worden gegeven, het de bedoeling is dat hij toch nog met iemand kan praten.

De klachtencommissie wijst er op dat zij de compensatie bepaalde ‘in overeenstemming met haar eerdere rechtspraak’.

Uit de behandeling van het door het inrichtingshoofd later ingestelde (collectieve) beroep (BC/26-0061 tem 0070) leidt de beroepscommissie af dat de klachtencommissie uniformiteit tracht te garanderen in vergelijking met andere gedetineerden.

Zo worden telkens 15 belminuten toegekend per stakingsdag. Aangezien klager één gemiste wandeling hekelde, kreeg hij 15 belminuten toegekend.

Hoewel de beroepscommissie ervan uitgaat dat de klachtencommissie dezelfde tegemoetkoming oplegde in soortgelijke zaken vanuit een bekommernis van rechtszekerheid en uniformiteit, dient zij er in eerste instantie over te waken dat het ondergane nadeel zo veel als mogelijk door een gelijkaardige prestatie wordt gecompenseerd.

Er is in casu geen redelijke verklaring waarom de klachtencommissie uiteindelijk opteert voor 15 minuten als standaard in plaats van 60 minuten, nu -zoals klager in zijn beroepschrift aanvoert- inderdaad één uur wandeling werden ontnomen.

Bij de beoordeling van de vraag of een tegemoetkoming moet worden toegekend houdt de beroepscommissie evenwel niet enkel rekening met de tegemoetkoming die in soortgelijke zaken werd toegekend, doch streeft zij in het bijzonder naar een tegemoetkoming die op een passende wijze erkenning inhoudt van het nadeel dat de klager heeft ondergaan.

De beroepscommissie verklaart het beroep dan ook gegrond en hervormt de tegemoetkoming naar een belkrediet van 60 minuten, hetgeen de beroepscommissie meer passend voorkomt, rekening houdend met het feit dat klager één uur buitenlucht werd ontnomen.

Het (opnieuw) horen van het inrichtingshoofd over deze tegemoetkoming is zonder voorwerp, nu het inrichtingshoofd naliet om opmerkingen te formuleren.

Overigens wordt dergelijke tegemoetkoming op louter administratieve wijze door de penitentiaire administratie verwerkt, zodat het (opnieuw) horen van het inrichtingshoofd over deze tegemoetkoming in ieder geval zonder voorwerp is.