BC/26-0015
Fondée
Beroepscommissie
Commission d'Appel
Régime de sécurité particulier individuel
INDIVIDUEEL BIJZONDER VEILIGHEIDSREGIME – MEDISCH
De beroepsindiener heeft beroep ingediend tegen de hernieuwing van zijn individueel bijzonder veiligheidsregime. Hij heeft een psychisch kwetsbaar profiel; zijn individueel bijzonder veiligheidsregime werd o.a. gesteund op een recente zelfmoordpoging. De beroepsindiener betwist echter dat het om een zelfmoordpoging gaat. Zijn comateuze toestand had naar eigen zeggen eerder te maken met foutieve medicatietoediening.
De beroepscommissie wijst erop dat bij een hernieuwing van een individueel bijzonder veiligheidsregime er zowel een medisch advies als psycho-medisch verslag moeten zijn. De directeur moet de gedetineerde in kennis stellen van de inhoud en de motieven van zijn voorstel en hem de gelegenheid geven, desgewenst bijgestaan door een raadsman of vertrouwenspersoon, zijn verweermiddelen te laten gelden. Het psycho-medisch verslag en medisch advies maken een integraal onderdeel uit van dit voorstel.
De beroepscommissie heeft in dit dossier ambtshalve vastgesteld dat het psycho-medisch verslag en medisch advies van de geneesheer-psychiater dateren van vijf dagen nadat de directrice-generaal de bestreden beslissing heeft genomen. Hieruit volgt dat de beroepsindiener en zijn advocaat niet de kans hebben gekregen op het hoormoment in het kader van de hernieuwing van het individueel bijzonder veiligheidsregime om over het psycho-medisch verslag en medisch advies hun standpunt kenbaar te maken. Dit schendt in ieder geval de hoorplicht.
Meer nog: de directrice-generaal heeft zich bij het nemen van de beslissing tot hernieuwing evenmin kunnen baseren op het verslag en advies van de geneesheer-psychiater. Dat dit onontbeerlijk was, blijkt o.a. uit het profiel van de beroepsindiener en het feit dat de geneesheer-psychiater enkele concrete adviezen had geformuleerd. De geneesheer-psychiater had bijvoorbeeld een negatief advies verleend voor glasbezoek met familie in de eerste en tweede graad. De beroepscommissie benadrukt dat de vereiste van een psycho-medisch verslag en medisch advies zoals bedoeld in de artikelen 118, § 7, derde lid jo. 118, § 2, derde lid Basiswet, zeker in dossiers waar het gedetineerden met een duidelijke psychische kwetsbaarheid betreft (zoals de beroepsindiener), niet zomaar een procedurele formaliteit is, maar net fundamenteel is en het verslag en advies bovendien essentieel zijn met het oog op de besluitvorming van de directrice-generaal in het kader van de eventuele hernieuwing van een individueel bijzonder veiligheidsregime.
Het beroep is ontvankelijk en gegrond.
De beroepsindiener heeft beroep ingediend tegen de hernieuwing van zijn individueel bijzonder veiligheidsregime. Hij heeft een psychisch kwetsbaar profiel; zijn individueel bijzonder veiligheidsregime werd o.a. gesteund op een recente zelfmoordpoging. De beroepsindiener betwist echter dat het om een zelfmoordpoging gaat. Zijn comateuze toestand had naar eigen zeggen eerder te maken met foutieve medicatietoediening.
De beroepscommissie wijst erop dat bij een hernieuwing van een individueel bijzonder veiligheidsregime er zowel een medisch advies als psycho-medisch verslag moeten zijn. De directeur moet de gedetineerde in kennis stellen van de inhoud en de motieven van zijn voorstel en hem de gelegenheid geven, desgewenst bijgestaan door een raadsman of vertrouwenspersoon, zijn verweermiddelen te laten gelden. Het psycho-medisch verslag en medisch advies maken een integraal onderdeel uit van dit voorstel.
De beroepscommissie heeft in dit dossier ambtshalve vastgesteld dat het psycho-medisch verslag en medisch advies van de geneesheer-psychiater dateren van vijf dagen nadat de directrice-generaal de bestreden beslissing heeft genomen. Hieruit volgt dat de beroepsindiener en zijn advocaat niet de kans hebben gekregen op het hoormoment in het kader van de hernieuwing van het individueel bijzonder veiligheidsregime om over het psycho-medisch verslag en medisch advies hun standpunt kenbaar te maken. Dit schendt in ieder geval de hoorplicht.
Meer nog: de directrice-generaal heeft zich bij het nemen van de beslissing tot hernieuwing evenmin kunnen baseren op het verslag en advies van de geneesheer-psychiater. Dat dit onontbeerlijk was, blijkt o.a. uit het profiel van de beroepsindiener en het feit dat de geneesheer-psychiater enkele concrete adviezen had geformuleerd. De geneesheer-psychiater had bijvoorbeeld een negatief advies verleend voor glasbezoek met familie in de eerste en tweede graad. De beroepscommissie benadrukt dat de vereiste van een psycho-medisch verslag en medisch advies zoals bedoeld in de artikelen 118, § 7, derde lid jo. 118, § 2, derde lid Basiswet, zeker in dossiers waar het gedetineerden met een duidelijke psychische kwetsbaarheid betreft (zoals de beroepsindiener), niet zomaar een procedurele formaliteit is, maar net fundamenteel is en het verslag en advies bovendien essentieel zijn met het oog op de besluitvorming van de directrice-generaal in het kader van de eventuele hernieuwing van een individueel bijzonder veiligheidsregime.
Het beroep is ontvankelijk en gegrond.