Ga verder naar de inhoud

BC/25-0295

Non fondée Beroepscommissie Commission d'Appel Autre décision directeur
BEZOEK - ONTVANKELIJKHEID

Een ongestoord bezoek, hoewel gepland, kon geen doorgang vinden als gevolg van beslissingen die personeelsleden namen bij de praktische, feitelijke organisatie van het ongestoorde bezoek en van de ‘bewegingen’ (van de cel van de klager naar de bezoekruimte) die voor dat ongestoorde bezoek noodzakelijk waren.
Artikel 148 Basiswet moet zo worden geïnterpreteerd dat de bevoegdheid van de klachtencommissie zich niet beperkt tot loutere vernietigingsberoepen tegen bestuurlijke rechtshandelingen van de directie, maar dat de gedetineerden zich ook tot de klachtencommissie kunnen wenden om hun rechten met betrekking tot hun interne rechtspositie procedureel te laten gelden of vermeende krenkingen van hun rechten aan te vechten. Dit was de uitdrukkelijke bedoeling van de wetgever. Aan administratieve rechtscolleges zoals de klachtencommissies en de beroepscommissies kan inderdaad rechtsmacht worden toegekend niet alleen inzake geschillen over het objectieve recht (beroep tot nietigverklaring), maar ook inzake geschillen over politieke rechten, dit zijn geschillen die voortvloeien uit de uitoefening door of namens de directeur van prerogatieven van het openbaar gezag van de Staat.
De uitoefening van het recht op ongestoord bezoek binnen de gevangenis wordt op gedetailleerde wijze geregeld door de Basiswet en het koninklijk besluit van 8 april 2011 tot bepaling van de datum van inwerkingtreding en uitvoering van verscheidene bepalingen van de titels III en V van de basiswet van 12 januari 2005 betreffende het gevangeniswezen en de rechtspositie van de gedetineerden. Een klacht over de toekenning of uitoefening van het recht op ongestoord bezoek houdt dan ook een geschil in dat voortvloeit uit de uitoefening door of namens de directeur van prerogatieven van het openbaar gezag van de Staat.
Voor de ontvankelijkheid van het beklag is niet vereist is dat het gaat over beslissingen die in beginsel door de directeur moeten worden genomen of over beslissingen die een personeelslid neemt op grond van een uitdrukkelijke delegatie van de directie. Ook beslissingen die personeelsleden nemen binnen de grenzen van hun functie over de praktische uitvoering van hun taken om de uitoefening van een recht door de klager mogelijk te maken of die tot gevolg hebben dat de klager zijn recht niet kan uitoefenen, zijn even goed beslissingen namens de directeur waarover de gedetineerde beklag kan doen. Beslissingen die personeelsleden nemen binnen de grenzen van hun functie over de praktische uitvoering van hun taken, worden aan de directie toegerekend niet alleen wanneer de directie tot deze beslissing opdracht gaf, deze beslissing goedkeurde of achteraf bekrachtigde, maar in alle gevallen waarin deze beslissingen uiteindelijk hun grondslag vinden in de bevoegdheid en verantwoordelijkheid van de directeur.
Een restrictieve interpretatie van artikel 148 Basiswet die een ontvankelijke klacht tegen een onterechte belemmering van de uitoefening van het recht op ongestoord bezoek uitsluit, zou afbreuk doen aan de nood aan een aan de detentiesituatie aangepaste vorm van rechtsbescherming. Alleen de beklagprocedure kan die aangepaste vorm van rechtsbescherming bieden.
De klachtencommissie besloot dan ook terecht tot de ontvankelijkheid van de klacht.