BC/25-0270
Non fondée
Beroepscommissie
Commission d'Appel
Régime de sécurité particulier individuel
INDIVIDUEEL BIJZONDER VEILIGHEIDSREGIME - HERNIEUWING - VERMOEDEN VAN ONSCHULD - RECHT VAN VERDEDIGING - MOTIVERING
Beroepsindiener hekelt het feit dat hij niet over voldoende tijd en faciliteiten beschikte om zijn verdediging voor te bereiden. Nergens uit het hoorverslag blijkt echter dat beroepsindiener of zijn raadsman gewag maakten van het feit dat beroepsindiener niet beschikte over voldoende tijd of voldoende faciliteiten om zijn verdediging voor te bereiden. De beroepscommissie stelt geen schending van de rechten van verdediging, noch van de artikelen 117 en 118 van de Basiswet vast. Wat de controle van het psycho-medisch verslag betreft door een (eigen) psychiater, herhaalt de beroepscommissie dat niets aan beroepsindiener in de weg staat om op eigen kosten een arts te raadplegen en een medische tegenexpertise te laten uitvoeren. Beroepsindiener verduidelijkt ten slotte niet hoe in dit verband artikel 3 EVRM zou zijn geschonden.
Beroepsindiener werpt in zijn beroepschrift op dat er geen voorstel voorligt dat werd opgesteld na kennisname van het psycho-medisch verslag. Op die manier zou het dossier onvolledig zijn en zouden de rechten van verdediging ernstig worden aangetast. Het is aan de directrice-generaal bij het opstellen van haar finale beslissing om rekening te houden met alle stukken die haar worden overgemaakt, zo ook het psycho-medisch verslag. Uit de motivering van de bestreden beslissing blijkt dat hiermee rekening werd gehouden. Er is geen sprake van een schending van artikelen 117 en 118 van de Basiswet, noch van het artikel 3 EVRM.
Het argument dat het geheim advies van de veiligheidsdiensten aan de directeur-generaal, bepaald door de federale procureur, het geheim karakter van het gerechtelijk onderzoek in gedrang zou brengen, berust louter op speculaties. Er is geen sprake van een schending van het recht op een eerlijk proces, een schending van artikel 3 EVRM, noch van het recht op tegenspraak.
Wat betreft het verzoek om tafelbezoek en telefonie met vader, broer en schoonouders blijkt uit de vertrouwelijke informatie dat de ‘haalbaarheid’ van dit verzoek momenteel niet opweegt tegen de actueel aanwezige veiligheidsrisico’s. Dit werd ook in de bestreden beslissing van de directrice-generaal afdoende gemotiveerd.
Om deze redenen verklaart de beroepscommissie het beroep tegen de beslissing van de directrice-generaal van 2 oktober 2025 ontvankelijk, maar niet gegrond.
!!Tegen deze beslissing werd een cassatieberoep ingediend bij de Raad van State!!
Beroepsindiener hekelt het feit dat hij niet over voldoende tijd en faciliteiten beschikte om zijn verdediging voor te bereiden. Nergens uit het hoorverslag blijkt echter dat beroepsindiener of zijn raadsman gewag maakten van het feit dat beroepsindiener niet beschikte over voldoende tijd of voldoende faciliteiten om zijn verdediging voor te bereiden. De beroepscommissie stelt geen schending van de rechten van verdediging, noch van de artikelen 117 en 118 van de Basiswet vast. Wat de controle van het psycho-medisch verslag betreft door een (eigen) psychiater, herhaalt de beroepscommissie dat niets aan beroepsindiener in de weg staat om op eigen kosten een arts te raadplegen en een medische tegenexpertise te laten uitvoeren. Beroepsindiener verduidelijkt ten slotte niet hoe in dit verband artikel 3 EVRM zou zijn geschonden.
Beroepsindiener werpt in zijn beroepschrift op dat er geen voorstel voorligt dat werd opgesteld na kennisname van het psycho-medisch verslag. Op die manier zou het dossier onvolledig zijn en zouden de rechten van verdediging ernstig worden aangetast. Het is aan de directrice-generaal bij het opstellen van haar finale beslissing om rekening te houden met alle stukken die haar worden overgemaakt, zo ook het psycho-medisch verslag. Uit de motivering van de bestreden beslissing blijkt dat hiermee rekening werd gehouden. Er is geen sprake van een schending van artikelen 117 en 118 van de Basiswet, noch van het artikel 3 EVRM.
Het argument dat het geheim advies van de veiligheidsdiensten aan de directeur-generaal, bepaald door de federale procureur, het geheim karakter van het gerechtelijk onderzoek in gedrang zou brengen, berust louter op speculaties. Er is geen sprake van een schending van het recht op een eerlijk proces, een schending van artikel 3 EVRM, noch van het recht op tegenspraak.
Wat betreft het verzoek om tafelbezoek en telefonie met vader, broer en schoonouders blijkt uit de vertrouwelijke informatie dat de ‘haalbaarheid’ van dit verzoek momenteel niet opweegt tegen de actueel aanwezige veiligheidsrisico’s. Dit werd ook in de bestreden beslissing van de directrice-generaal afdoende gemotiveerd.
Om deze redenen verklaart de beroepscommissie het beroep tegen de beslissing van de directrice-generaal van 2 oktober 2025 ontvankelijk, maar niet gegrond.
!!Tegen deze beslissing werd een cassatieberoep ingediend bij de Raad van State!!