BC/25-0203
Irrecevable
Beroepscommissie
Commission d'Appel
Autre décision directeur
ONTVANKELIJKHEID - TERMIJN
De beroepscommissie stelt vast dat het beroepschrift dateert van 24 juni 2025, terwijl de bestreden uitspraak aan klager werd betekend op 26 mei 2025.
Klager verantwoordt dit in zijn beroepschrift als volgt: “Ik heb gewacht om beroep in te dienen zodanig de 30 dagen voorbij zijn en heb geen individuele wandeling gekregen”.
In de bestreden uitspraak werd inderdaad bepaald dat de directie binnen een termijn van één maand te rekenen vanaf de betekening, één extra wandeling diende te organiseren voor klager.
Het vermeende verzuim van de directeur om deze tegemoetkoming uit te voeren, is echter niet rechtstreeks vatbaar voor een beroep bij de beroepscommissie.
Het verzuim of de weigering van een gevangenisdirecteur om een beslissing van de klachtencommissie uit te voeren, betreft daarentegen op zichzelf een beklagwaardig verzuim of weigering om een beslissing te nemen in de zin van artikel 148, tweede lid Basiswet.
Een gedetineerde die hiermee niet akkoord gaat, dient in dit kader (opnieuw) klacht in te dienen bij de klachtencommissie. Hij kan hiervoor niet rechtstreeks terecht bij de beroepscommissie.
De andere grieven in het beroepschrift zijn bijgevolg ook laattijdig, zodat de beroepscommissie deze niet verder kan beoordelen.
Het beroep is dan ook onontvankelijk.
De beroepscommissie stelt vast dat het beroepschrift dateert van 24 juni 2025, terwijl de bestreden uitspraak aan klager werd betekend op 26 mei 2025.
Klager verantwoordt dit in zijn beroepschrift als volgt: “Ik heb gewacht om beroep in te dienen zodanig de 30 dagen voorbij zijn en heb geen individuele wandeling gekregen”.
In de bestreden uitspraak werd inderdaad bepaald dat de directie binnen een termijn van één maand te rekenen vanaf de betekening, één extra wandeling diende te organiseren voor klager.
Het vermeende verzuim van de directeur om deze tegemoetkoming uit te voeren, is echter niet rechtstreeks vatbaar voor een beroep bij de beroepscommissie.
Het verzuim of de weigering van een gevangenisdirecteur om een beslissing van de klachtencommissie uit te voeren, betreft daarentegen op zichzelf een beklagwaardig verzuim of weigering om een beslissing te nemen in de zin van artikel 148, tweede lid Basiswet.
Een gedetineerde die hiermee niet akkoord gaat, dient in dit kader (opnieuw) klacht in te dienen bij de klachtencommissie. Hij kan hiervoor niet rechtstreeks terecht bij de beroepscommissie.
De andere grieven in het beroepschrift zijn bijgevolg ook laattijdig, zodat de beroepscommissie deze niet verder kan beoordelen.
Het beroep is dan ook onontvankelijk.