BC/25-0186
Non fondée
Beroepscommissie
Commission d'Appel
Autre décision directeur
Disciplinaire
TUCHT – CELMUTATIE
Klager heeft beroep ingediend tegen de beslissing van de klachtencommissie waarbij enerzijds zijn klacht tegen een tuchtbeslissing en anderzijds zijn klacht tegen een celmutatie ongegrond werden verklaard. Klager was een vechtpartij gestart met zijn celgenoot en had hem verwondingen toegebracht.
Wat betreft de tuchtbeslissing, bevestigt de beroepscommissie dat de klachtencommissie de klacht terecht ongegrond heeft verklaard. Het oordeel van de directie dat klager zich, op basis van zijn eigen verklaringen samen met de vaststellingen uit het RAD, schuldig had gemaakt aan de tuchtinbreuk van de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen of de bedreiging daarmee, valt binnen haar discretionaire bevoegdheid. Bij gebreke aan een onrechtmatige en actuele aanval van de celgenoot, kon er in ieder geval geen sprake zijn van wettige verdediging. Het beroep is op dit vlak ontvankelijk, maar niet gegrond.
Ook wat betreft de celmutatie, bevestigt de beroepscommissie dat de klachtencommissie de klacht terecht ongegrond heeft verklaard. Deze beslissing was louter ingegeven vanuit de overweging om geweldsincidenten te vermijden. Dat klager de persoon is die werd verplaatst, is begrijpelijk, aangezien hij fysiek geweld had aangewend tegen zijn celgenoot en niet vice versa. Dat klager, door de overbevolking, op een cel werd geplaatst waar hij op dat moment op een matras op de grond moest slapen, maakt deze beslissing tot plaatsing niet onwettig, onredelijk of onbillijk. Het beroep is ook op dit vlak ontvankelijk, maar niet gegrond.
Klager heeft beroep ingediend tegen de beslissing van de klachtencommissie waarbij enerzijds zijn klacht tegen een tuchtbeslissing en anderzijds zijn klacht tegen een celmutatie ongegrond werden verklaard. Klager was een vechtpartij gestart met zijn celgenoot en had hem verwondingen toegebracht.
Wat betreft de tuchtbeslissing, bevestigt de beroepscommissie dat de klachtencommissie de klacht terecht ongegrond heeft verklaard. Het oordeel van de directie dat klager zich, op basis van zijn eigen verklaringen samen met de vaststellingen uit het RAD, schuldig had gemaakt aan de tuchtinbreuk van de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen of de bedreiging daarmee, valt binnen haar discretionaire bevoegdheid. Bij gebreke aan een onrechtmatige en actuele aanval van de celgenoot, kon er in ieder geval geen sprake zijn van wettige verdediging. Het beroep is op dit vlak ontvankelijk, maar niet gegrond.
Ook wat betreft de celmutatie, bevestigt de beroepscommissie dat de klachtencommissie de klacht terecht ongegrond heeft verklaard. Deze beslissing was louter ingegeven vanuit de overweging om geweldsincidenten te vermijden. Dat klager de persoon is die werd verplaatst, is begrijpelijk, aangezien hij fysiek geweld had aangewend tegen zijn celgenoot en niet vice versa. Dat klager, door de overbevolking, op een cel werd geplaatst waar hij op dat moment op een matras op de grond moest slapen, maakt deze beslissing tot plaatsing niet onwettig, onredelijk of onbillijk. Het beroep is ook op dit vlak ontvankelijk, maar niet gegrond.