Ga verder naar de inhoud

BC/25-0061

Fondée Beroepscommissie Commission d'Appel Mesure provisoire
VOORLOPIGE MAATREGEL

Het inrichtingshoofd diende beroep in tegen de beslissing van de klachtencommissie waarbij een klacht van klager tegen een voorlopige maatregel ontvankelijk en gegrond werd verklaard. Anders dan de klachtencommissie heeft gesteld, ‘diende’ de directie zich volgens de beroepscommissie niet per se op een RAD te baseren om de voorlopige maatregel te kunnen opleggen. De voorlopige maatregel werd opgelegd op basis van mondelinge informatie die door de PA aan de directie werd doorgegeven. De beroepscommissie bevestigt dat de directie, die op het ogenblik van de feiten niet meer in de gevangenis aanwezig was, zich terecht kon baseren op de mondelinge informatie die haar door de dienstdoende PA telefonisch werd verstrekt.

Uit de voorlopige maatregel blijkt bovendien afdoende dat deze beslissing wel degelijk werd opgelegd ‘in opdracht van’ de directeur. De beroepscommissie bevestigt dat een directeur evengoed mondeling kan beslissen om een voorlopige maatregel op te leggen. Er is geen (wettelijke) vereiste om een gemotiveerde beslissing tot voorlopige maatregel op schrift te stellen vooraleer of op hetzelfde ogenblik dat de maatregel in werking treedt. In de collectieve brief nr. 124 (p. 15) wordt enkel bepaald dat een voorlopige maatregel een ordemaatregel is die als zodanig moet worden gemotiveerd en waarvoor de directeur een modelformulier (bijlage 6 bij de collectieve brief nr. 124) moet gebruiken, dat aan de gedetineerde wordt bezorgd.

De beslissing tot voorlopige maatregel werd daarnaast volgens de beroepscommissie ook voldoende gemotiveerd. Uit de beslissing blijkt duidelijk waarom de directeur meende dat er sprake was van een ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid door klager.

Het beroep is ontvankelijk en gegrond.
Un dossier d'appel a été ouvert avec la référence KC20/24-0095