Ga verder naar de inhoud

BC/25-0030

Non fondée Beroepscommissie Commission d'Appel Appel partiel sur une décision de Commission des plaintes
TEGEMOETKOMING

Klager heeft beroep aangetekend tegen de beslissing van de klachtencommissie waarbij zij voor een gegrond verklaarde klacht bij wijze van tegemoetkoming één ongestoord bezoek toekende, dat moest worden ingepland binnen zes maanden vanaf de betekening van haar beslissing. Klager vindt deze tegemoetkoming niet proportioneel en stelt dat er ook voorwaarden aan verbonden zijn waardoor het niet kan worden uitgevoerd.

De beroepscommissie brengt in herinnering dat een klachtencommissie vrij oordeelt over het al dan niet toekennen van een tegemoetkoming. De Basiswet stelt hieraan geen eisen noch geeft zij richtlijnen voor het bepalen van (de aard van) de tegemoetkoming, behoudens het verbod op financiële vergoedingen. De beroepscommissie bevestigt dat een tegemoetkoming zoals voorzien door de Basiswet inderdaad symbolisch van aard is en dus niet noodzakelijk een integrale tegemoetkoming – laat staan een volledige schadeloosstelling – impliceert. Er is dus geen proportionele verhouding vereist tussen het ondergane nadeel door een onwettige, onredelijke of onbillijke directiebeslissing enerzijds en een tegemoetkoming anderzijds. Indien klager een volledige schadeloosstelling wenst, kan hij zich hiervoor wenden tot de burgerlijke rechter.

De beroepscommissie wijst er vervolgens op dat de klachtencommissie aan klager een tegemoetkoming van één ongestoord bezoek heeft toegekend, maar dat hij hiervoor wel de bepalingen en procedure voorzien in het huishoudelijk reglement moest volgen. Dat een klachtencommissie bij het toekennen van een tegemoetkoming dergelijke voorwaarden bepaalt, is niet uitgesloten of onmogelijk. De tegemoetkoming in casu kan enkel maar worden uitgevoerd indien klager ongestoord bezoek kan en mag ontvangen en schept op zichzelf dus geen recht op ongestoord bezoek met een persoon waarvoor de directie geen toelating heeft verleend of verleent. De beroepscommissie wijst er vervolgens wel op dat, waar de klachtencommissie bij haar beslissing tot toekenning van de tegemoetkoming aan de ene kant rekening heeft gehouden met de uitvoerbaarheid van de beslissing voor de penitentiaire administratie, het aan de andere kant ook aangewezen is om rekening te houden met de belangen en de specifieke situatie van de gedetineerde aan wie de tegemoetkoming wordt toegekend. Het toekennen van ongestoord bezoek aan een persoon die op het moment van de toekenning (nog) geen personen heeft die op ongestoord bezoek kunnen of willen komen, kan zinledig blijken. Aangezien een ongestoord bezoek nadrukkelijk was gevraagd door klager en aangezien de klachtencommissie een ruime termijn heeft toegekend waarbinnen de tegemoetkoming (één ongestoord bezoek) kon worden uitgevoerd, acht de beroepscommissie de beslissing van de klachtencommissie in deze omstandigheden verantwoord.

Het beroep is ontvankelijk, maar niet gegrond.