Ga verder naar de inhoud

BC/25-0025

Non fondée Beroepscommissie Commission d'Appel Régime de sécurité particulier individuel
INDIVIDUEEL BIJZONDER VEILIGHEIDSREGIME - VERTROUWELIJK ADVIES -PROPORTIONALITEIT

Beroepsindiener is het in essentie oneens met de bestreden hernieuwing van het IBVR omdat de beslissing buitenproportioneel is en een schending uitmaakt van artikel 8 EVRM, in de mate dat hij sinds 18 juni resp. sinds 6 september 2024 geen enkel contact meer heeft met zijn vriendin en stiefvader, resp. met zijn moeder, zus en dochter, terwijl hij sinds de tussentijdse evaluatie van 8 januari 2025 wel glasbezoek mag ontvangen van zijn drie broers.Thans voert beroepsindiener evenmin bijzondere redenen aan die de beroepscommissie kunnen toelaten om af te wijken van het vertrouwelijke advies voor de in het beroepschrift vermeldde personen.

Het feit dat er sinds meerdere maanden geen enkel contact meer is met de in het beroepschrift vermelde personen, zodat “er geen actuele verontrustende informatie meer bijgevoegd (kan) zijn die een verdere ontzeggen van deze contacten rechtvaardigt”, maakt alleszins geen bijzondere reden uit in de zin van overeenkomstig 158 §3/1 van de basiswet.

Hoewel beroepsindiener op zijn beurt terecht afleidt uit de vorige uitspraak van de beroepscommissie dat “artikel 8 EVRM hoe langer hoe strikter dient te worden toegepast” en er intussen inderdaad opnieuw verschillende maanden zijn verstreken, stelt de beroepscommissie vast dat ook contacten onder strikte modaliteiten voor de in het beroepschrift vermeldde personen, niet verzoenbaar zijn met de in het vertrouwelijk advies aangegeven veiligheidsrisico’s.
Daarbij houdt de beroepscommissie rekening met het feit dat het regime van beroepsindiener sinds de tussentijdse evaluatiebeslissing werd gemilderd, aangezien hij via telefoon en glasbezoek terug contact mag hebben met zijn drie broers.
Uit de door de directeur-generaal gevoegde bezoekerslijst blijkt bovendien dat beroepsindiener intussen veelvuldig glasbezoek mocht ontvangen van zijn drie broers, zodat er ook effectief niet langer sprake is van een volledige uitsluiting van het recht op bezoek.
Om bovenstaande redenen is er in de huidige stand van het geding dan ook geen sprake van een schending van artikel 8 EVRM.