BC/25-0006
Non fondée
Beroepscommissie
Commission d'Appel
Régime de sécurité particulier individuel
INDIVIDUEEL BIJZONDER VEILIGHEIDSREGIME - EVALUATIE - PROPORTIONALITEIT
Beroepsindiener hekelt vooreerst de onmogelijkheid van de praktische uitvoerbaarheid van de toegestane mildering. Uit het verweer van de directeur-generaal blijkt dat hieraan op gepaste wijze en met de gepaste spoed werd verholpen, eerst via tussenkomst van de directeur, vervolgens via geijkte bezoekmomenten. Uit de gevoegde bezoekerslijst blijkt inderdaad dat de broers van beroepsindiener daarvan gebruik hebben kunnen maken, zodat niet langer blijkt dat de toegestane mildering in de praktijk niet mogelijk is.
Voorts ziet beroepsindiener geen noodzaak om ook telefoon en bezoek te weigeren van zijn ouders en vriendin.De directeur-generaal stelt daaromtrent dat de in de beslissing van 2 december 2024 opgenomen motieven op dit punt op 8 januari 2025 nog steeds actueel waren, zodat ze in de bestreden beslissing konden worden herhaald teneinde de aangehouden beperkingen te motiveren.
De beroepscommissie verwijst wat dit betreft naar haar vorige uitspraak van 30 januari 2025 inzake het beroep tegen de beslissing van 2 december 2024 (BC/24-0428). Ook in het kader van het thans voorliggende beroep, deed de beroepscommissie opnieuw inzage van de geactualiseerde vertrouwelijke informatie, ter waarborging van de rechten van verdediging van beroepsindiener.
In de mate dat de directeur-generaal aanhaalt dat beroepsindiener niet concretiseert waarom er – in weerwil van de motieven van de bestreden beslissing– ‘geen noodzaak’ zou zijn om de telefonische contacten en bezoeken van de drie in het beroepschrift genoemde personen te ontzeggen, stelt de beroepscommissie tot slot vast dat beroepsindiener evenmin bijzondere redenen aanvoert, die de beroepscommissie zouden kunnen toelaten om overeenkomstig 158 §3/1 van de basiswet af te wijken van het vertrouwelijk advies.
Beroepsindiener hekelt vooreerst de onmogelijkheid van de praktische uitvoerbaarheid van de toegestane mildering. Uit het verweer van de directeur-generaal blijkt dat hieraan op gepaste wijze en met de gepaste spoed werd verholpen, eerst via tussenkomst van de directeur, vervolgens via geijkte bezoekmomenten. Uit de gevoegde bezoekerslijst blijkt inderdaad dat de broers van beroepsindiener daarvan gebruik hebben kunnen maken, zodat niet langer blijkt dat de toegestane mildering in de praktijk niet mogelijk is.
Voorts ziet beroepsindiener geen noodzaak om ook telefoon en bezoek te weigeren van zijn ouders en vriendin.De directeur-generaal stelt daaromtrent dat de in de beslissing van 2 december 2024 opgenomen motieven op dit punt op 8 januari 2025 nog steeds actueel waren, zodat ze in de bestreden beslissing konden worden herhaald teneinde de aangehouden beperkingen te motiveren.
De beroepscommissie verwijst wat dit betreft naar haar vorige uitspraak van 30 januari 2025 inzake het beroep tegen de beslissing van 2 december 2024 (BC/24-0428). Ook in het kader van het thans voorliggende beroep, deed de beroepscommissie opnieuw inzage van de geactualiseerde vertrouwelijke informatie, ter waarborging van de rechten van verdediging van beroepsindiener.
In de mate dat de directeur-generaal aanhaalt dat beroepsindiener niet concretiseert waarom er – in weerwil van de motieven van de bestreden beslissing– ‘geen noodzaak’ zou zijn om de telefonische contacten en bezoeken van de drie in het beroepschrift genoemde personen te ontzeggen, stelt de beroepscommissie tot slot vast dat beroepsindiener evenmin bijzondere redenen aanvoert, die de beroepscommissie zouden kunnen toelaten om overeenkomstig 158 §3/1 van de basiswet af te wijken van het vertrouwelijk advies.