BC/24-0406
Non fondée
Beroepscommissie
Commission d'Appel
Pas de décision de la direction
GEEN BESLISSING DIRECTEUR
De klacht is gericht tegen het gebrek aan beslissing over drie vragen over zijn ‘economische rechten’ die de klager aan de directeur-zaakvoerder van de gevangenis stelde.
Deze drie vragen zouden aan de directie zijn overgemaakt via een opvoeder van de zorgequipe. Het is niet duidelijk of de zorgequipe deze brief wel aan de directie overmaakte en dus of die brief de directie wel degelijk bereikte. In haar verweer voor de klachtencommissie antwoordde de directie dat de klacht onvoldoende duidelijk was en dat zij niet wist op welk gebrek aan beslissing de klacht betrekking had. Wanneer niet vaststaat dat de directie op de hoogte was van de brief, kan haar geen verzuim om te beslissen worden verweten.
De brief van de klager peilde naar de mogelijkheid om zogenaamde ‘economische rechten’ uit te oefenen, meer bepaald door aankopen te kunnen doen op een andere wijze dan het huishoudelijk reglement voorschrijft. Hij zette drie ‘casussen’ uiteen gevolgd met de vraag “Toestemming om ze te bestellen?’ en de optie om te antwoorden met ‘Ja/Neen’. De klager weet echter zelf wel dat dit niet de wijze is waarop de aankoop van goederen wordt gevraagd, noch de wijze waarop dergelijke aanvragen worden behandeld. Voor zover de brief de directie had bereikt, hoefde zij er dan ook niet vanuit te gaan dat de klager aan de directie concrete vragen voor de aankoop van goederen via de kantine stelde. Zij kon veronderstellen dat de klager veeleer in het algemeen het gebrek aan eigen aankoopmogelijkheden ter discussie wou stellen. Concrete beslissingen hoefde de directie in die omstandigheden niet te nemen, zodat ook om die reden van een verzuim geen sprake is.
De klacht is gericht tegen het gebrek aan beslissing over drie vragen over zijn ‘economische rechten’ die de klager aan de directeur-zaakvoerder van de gevangenis stelde.
Deze drie vragen zouden aan de directie zijn overgemaakt via een opvoeder van de zorgequipe. Het is niet duidelijk of de zorgequipe deze brief wel aan de directie overmaakte en dus of die brief de directie wel degelijk bereikte. In haar verweer voor de klachtencommissie antwoordde de directie dat de klacht onvoldoende duidelijk was en dat zij niet wist op welk gebrek aan beslissing de klacht betrekking had. Wanneer niet vaststaat dat de directie op de hoogte was van de brief, kan haar geen verzuim om te beslissen worden verweten.
De brief van de klager peilde naar de mogelijkheid om zogenaamde ‘economische rechten’ uit te oefenen, meer bepaald door aankopen te kunnen doen op een andere wijze dan het huishoudelijk reglement voorschrijft. Hij zette drie ‘casussen’ uiteen gevolgd met de vraag “Toestemming om ze te bestellen?’ en de optie om te antwoorden met ‘Ja/Neen’. De klager weet echter zelf wel dat dit niet de wijze is waarop de aankoop van goederen wordt gevraagd, noch de wijze waarop dergelijke aanvragen worden behandeld. Voor zover de brief de directie had bereikt, hoefde zij er dan ook niet vanuit te gaan dat de klager aan de directie concrete vragen voor de aankoop van goederen via de kantine stelde. Zij kon veronderstellen dat de klager veeleer in het algemeen het gebrek aan eigen aankoopmogelijkheden ter discussie wou stellen. Concrete beslissingen hoefde de directie in die omstandigheden niet te nemen, zodat ook om die reden van een verzuim geen sprake is.