Ga verder naar de inhoud

BC/24-0397

Fondée Beroepscommissie Commission d'Appel Transfèrement
OVERPLAATSING - ZORGVULDIGHEIDSBEGINSEL - COLLECTIEVE ACTIE - VERDOKEN TUCHT

De beroepscommissie stelt vooreerst vast dat de directeur-generaal gedeeltelijk tegemoetkomt aan het tweede onderdeel van de motivering van haar eerdere uitspraak BC/24-0331.

De dader van zedenfeiten naar de dochter van beroepsindiener verblijft klaarblijkelijk toch niet in dezelfde gevangenis als beroepsindiener, zodat de noodzakelijke scheiding, althans in de PI Nieuw Dendermonde, gewaarborgd is.
De directeur-generaal gaat in de bestreden beslissing en in haar verweer echter zonder meer voorbij aan de verdere grief van beroepsindiener daaromtrent, met name dat het feit dat de dader in dezelfde regio werd opgesloten (PI Dendermonde Hulp), nog steeds een obstakel is voor het bezoek van zijn dochter.

Rekening houdend met de psychologische belasting voor een (destijds minderjarig) slachtoffer van zedenfeiten om te verblijven in dezelfde omgeving als de dader, besluit de beroepscommissie dat de directeur-generaal niet na een zorgvuldige afweging van alle in het geding betrokken belangen en niet in redelijkheid tot de bestreden beslissing had kunnen komen.

Vervolgens meent de directeur-generaal in de bestreden beslissing te kunnen volstaan met een ‘meningsverschil’ om de overige, primaire motieven van de vorige uitspraak naast zich neer te leggen, met name aangaande de verwijdering uit de PI Beveren naar aanleiding van een vermeende collectieve actie.

De directeur-generaal toont niet aan dat er anderszins daadwerkelijk sprake zou zijn geweest van het aanzetten tot collectieve acties in de zin van artikel 129, 6° van de basiswet, zodat zijn behoud in de PI Beveren daardoor -in combinatie met zijn eerder uitgebreide tuchtregister- onhoudbaar zou zijn geworden.

Hoewel de directeur-generaal daarover “een andere mening” is toegedaan en hoewel het subjectieve aanvoelen van beroepsindiener niet doorslaggevend is, blijkt volgens de beroepscommissie uit de motivering van de bestreden beslissing en het gehele administratief dossier, de hoofdzakelijke bedoeling om beroepsindiener bijkomend te sanctioneren.

De bestreden overplaatsing doet zich voor als een verdoken tuchtsanctie, zodat de beslissing van de directeur-generaal over het bezwaar tegen de beslissing tot overplaatsing wordt vernietigd.