Ga verder naar de inhoud

BC/24-0185

Non fondée Fondée Beroepscommissie Commission d'Appel Mesure de sécurité particulière Pas de décision du directeur
GEÏNTERNEERDE – BIJZONDERE VEILIGHEIDSMAATREGEL – ZORGPLICHT

Het beroep van de gedetineerde is gericht tegen enerzijds de beslissing van de klachtencommissie om een klacht tegen een bijzondere veiligheidsmaatregel niet gegrond te verklaren en anderzijds tegen de beslissing om een klacht tegen het gebrek aan psychiatrische zorg voor de gedetineerde niet ontvankelijk te verklaren.

Wat betreft het beroep in verband met de bijzondere veiligheidsmaatregel, stelt de beroepscommissie vast dat de concrete feiten die aanleiding hebben gegeven tot deze maatregel op het eerste gezicht als een tuchtinbreuk konden worden gekwalificeerd. Uit geen enkel stuk blijkt waarom de directie wel een voorlopige maatregel heeft opgelegd aan de gedetineerde, maar daarna geen tuchtprocedure heeft gevoerd en onmiddellijk is overgegaan tot het nemen van een bijzondere veiligheidsmaatregel. Uit de formulering van de maatregel blijkt bovendien dat de directie deze niet louter vanuit veiligheidsoverwegingen had genomen, maar minstens (deels) vanuit een reactief en repressief oogmerk. Er is sprake van een vermenging tussen een veiligheidsmaatregel en een tuchtsanctie. Het beroep met betrekking tot dit eerste aspect is ontvankelijk en gegrond.

Wat betreft het beroep in verband met het gebrek aan psychiatrische zorg voor de gedetineerde, die het statuut van geïnterneerde persoon heeft, volgt de beroepscommissie het standpunt van de klachtencommissie. De ontoereikende (of zelfs afwezige) psychiatrische zorg is een systemisch gebrek in de gevangenis van Gent. De directie is evenwel niet bij machte om eigenhandig meer psychiaters te voorzien. Zij heeft klager opgenomen in de zorgwerking en zodoende de maatregelen genomen die binnen haar mogelijkheden lagen. De beroepscommissie is er, zoals de klachtencommissie, niet van overtuigd dat er met betrekking tot deze klacht sprake is van een beklagwaardige beslissing door of namens de directeur, noch van een verzuim of weigering om een beslissing te nemen. Het beroep met betrekking tot dit tweede aspect is ontvankelijk, maar niet gegrond.