TUCHT - BEWIJS
Klager werd tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen of de bedreiging daarmee, een inbreuk van eerste categorie, naar aanleiding van het dreigen met geweld tegen een personeelslid. De klachtencommissie meent dat het RAD duidelijk werd opgesteld. Of klager gezegd zou hebben dat hij in het verleden het hoofd van een beambte had willen inslaan of dat hij dat zou doen de volgende keer dat hij haar zag, is voor de klachtencommissie irrelevant. De klachtencommissie benadrukt dat dit in elk geval een ernstige en concrete bedreiging van de fysieke integriteit van de beambte uitmaakt, en verklaart de klacht ongegrond.
De beroepscommissie volgt de klachtencommissie en voegt daar nog aan toe dat ook een uitspraak die terugblikt op een veronderstelde intentie in het verleden kan als bedreigend worden ervaren, zeker wanneer deze gepaard gaat met agressieve taal en een gespannen context. Bovendien is het niet vereist dat een bedreiging rechtstreeks wordt uitgesproken tegen de persoon op wie zij betrekking heeft. In een context van detentie, waarin personeel dagdagelijks geconfronteerd wordt met spanningen en geweld, kan het uiten van een dreiging over een personeelslid – zeker wanneer het gaat om het toebrengen van fysiek letsel – op zichzelf volstaan om te spreken van een bedreiging van de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit.
Het beroep is ongegrond.
Klager werd tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen of de bedreiging daarmee, een inbreuk van eerste categorie, naar aanleiding van het dreigen met geweld tegen een personeelslid. De klachtencommissie meent dat het RAD duidelijk werd opgesteld. Of klager gezegd zou hebben dat hij in het verleden het hoofd van een beambte had willen inslaan of dat hij dat zou doen de volgende keer dat hij haar zag, is voor de klachtencommissie irrelevant. De klachtencommissie benadrukt dat dit in elk geval een ernstige en concrete bedreiging van de fysieke integriteit van de beambte uitmaakt, en verklaart de klacht ongegrond.
De beroepscommissie volgt de klachtencommissie en voegt daar nog aan toe dat ook een uitspraak die terugblikt op een veronderstelde intentie in het verleden kan als bedreigend worden ervaren, zeker wanneer deze gepaard gaat met agressieve taal en een gespannen context. Bovendien is het niet vereist dat een bedreiging rechtstreeks wordt uitgesproken tegen de persoon op wie zij betrekking heeft. In een context van detentie, waarin personeel dagdagelijks geconfronteerd wordt met spanningen en geweld, kan het uiten van een dreiging over een personeelslid – zeker wanneer het gaat om het toebrengen van fysiek letsel – op zichzelf volstaan om te spreken van een bedreiging van de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit.
Het beroep is ongegrond.