Ga verder naar de inhoud

BC/23-0239

Non fondée Beroepscommissie Commission d'Appel Mesure d'ordre
GEÏNTERNEERDE - MOTIVERING - ORDEMAATREGEL - ARBEID - ONTSLAG

Hoewel het op zich geen nut heeft de ordemaatregel tot ontslag reeds op te leggen lopende de 15 dagen ATV (die immers de facto tot gevolg heeft dat klager niet kon gaan werken), acht de beroepscommissie het in deze zaak evenwel niet onredelijk dat de directie de afloop van de tuchtsanctie niet afwachtte. Immers ziet de beroepscommissie niet in hoe een dergelijke wachttijd in casu tot een ander oordeel had kunnen leiden omtrent de inopportuniteit van zijn vertrouwensfunctie.
Dat neemt niet weg dat de directeur in beginsel gehouden is de eigen beleidsregels te volgen, in het licht van de rechtszekerheid in verband met een discretionaire bevoegdheid. Het gelijkheidsbeginsel houdt immers in dat de overheid niet willekeurig die beleidslijn nu eens wel en dan weer niet kan volgen. De bestuursplicht om de eigen beleidsregel na te leven kan evenwel worden doorbroken indien een in recht en redelijkheid aanvaardbaar motief voorhanden is om een afwijking in het individuele geval te verantwoorden.
Dergelijke omstandigheden zijn volgens de beroepscommissie in casu voorhanden, aangezien een door klager een tuchtinbreuk van de eerste categorie werd begaan in het werkhuis en naar aanleiding van opgelopen spanningen op de werkvloer. Hoewel deze tuchtinbreuk niet aan klager kon worden toegerekend gelet op zijn ontoerekeningsvatbaarheid, konden de feiten die eraan ten grondslag lagen wel in redelijkheid leiden tot een per direct ontslag in zijn deze specifieke vertrouwensfunctie.