Ga verder naar de inhoud

BC/23-0228

Fondée Beroepscommissie Commission d'Appel Régime de sécurité particulier individuel
INDIVIDUEEL BIJZONDER VEILIGHEIDSREGIME - PSYCHOMEDISCH VERSLAG - BEVOEGDHEID

De beroepscommissie is van oordeel dat het beroep tegen het IBVR ontvankelijk en gegrond is. Ze vernietigt de beslissing tot hernieuwing van het IBVR.
Een plaatsing onder een IBVR is een zeer ingrijpende maatregel voor de gedetineerde en kan alleen worden opgelegd onder strikte inhoudelijke en procedurele voorwaarden, zoals bepaald in de artikelen 116 en 118 van de basiswet. Artikel 118 §7, derde lid, van de basiswet vereist dat het voorstel tot hernieuwing van een IBVR vergezeld moet zijn van een psycho-medisch verslag. De wet bepaalt dat de arts of psychiater zich moet uitspreken over de verenigbaarheid van de regels van het voorgestelde regime met de gezondheidstoestand van de gedetineerde.

De beroepscommissie merkt op dat er een verschil bestaat tussen de Nederlandstalige en Franstalige wetteksten. De Nederlandstalige tekst biedt een betere waarborg dat het voorgestelde regime verenigbaar is met de gezondheidstoestand van de gedetineerde. Vanwege het ingrijpende karakter van een IBVR moet er de grootst mogelijke waarborg zijn dat het regime verenigbaar is met de gezondheidstoestand van de gedetineerde. Uit de bewoordingen van de wet volgt dat de arts of psychiater de verenigbaarheid van de nadere regels van het voorgestelde regime, en dus wel degelijk van elke maatregel van het voorstel van de directie met de gezondheidstoestand van de gedetineerde moet beoordelen. In dit dossier geeft het verslag enkel een algemene beschrijving van de gezondheidstoestand. Uit bijgevoegd mailverkeer blijkt dat de psychiater niet kon weten waaruit de nadere regels van het voorgestelde regime bestonden. Het verslag voldoet daarmee niet aan de wettelijke voorwaarden.

Ten overvloede merkt de beroepscommissie op dat de directeur-generaal geen bewijs overmaakt dat de regionaal directeur in dit domein als zijn gemachtigde kan optreden. Een plaatsvervanging, in afwezigheid van de titularis van een bepaalde bevoegdheid, moet in principe steeds vastgelegd zijn in een normatieve bepaling.